Nieuw

In de afdeling “Eigen literair werk” een bundel haiku’s.

Mijn vertaling van de Musikalische Haus- und Lebensregel (1850) van Robert Schumann, waarvan er veel nog verrassend actueel blijken te zijn.

Enkele vertalingen uit het Jiddisj: de eerste volledige vertaling (in welke taal dan ook) van de 248 Jiddisje fabels van Eliëzer Sjteinbarg (1880-1932). Daarbij in de afdeling “Eigen literair werk” een essay over het vertalen van deze fabels.

Een eenakter uit 1920 van Zebulon Levin, getiteld De eerste operatie van de dokter. Het is een luchtige komedie over de geslaagde poging van een pas afgestudeerde arts om zich te bevrijden uit de verstikkende omhelzing van zijn familie, die een huwelijkspartner voor hem uit wil zoeken. Een eeuw later is het probleem de wereld nog niet uit en lijkt het stuk me nog goed speelbaar.

Het ultrakorte verhaal Het eind van de wereld verslapen (1919) van Moisje Nadir. De wereld vergaat, zonder dat de hoofdpersoon het merkt, omdat hij zoals altijd ligt te slapen. Maar dan…

Het sprookje De wind die woedend werd (1921) van Moisje Koelbak, de schrijver die later beroemd werd met zijn satirische roman Zelmenjaners en bij het Russische regime in ongenade viel.

Het gedicht Herfstdag (1902) van Rainer Maria Rilke, een van de fraaiste uit de Duitse literatuur.

Een lezing van Thomas Stephens Davies uit 1837, Over de velocipède, waaruit blijkt tegen welke technische en sociale problemen de eerste fietsers opliepen.

Een zeer geïnspireerd, om niet te zeggen hartstochtelijk pleidooi voor vernieuwing in de muziek. Ferruccio Busoni schreef Ontwerp voor een nieuwe esthetiek van de toonkunst in 1906, maar voorvoelde al het brechtiaanse toneel en de elektronische muziek.