Süßkind von Trimberg

Friedrich Torberg

 

roman

 

Friedrich Torberg (1908-1979) was een Oostenrijkse schrijver en journalist, die leefde in Wenen en Praag. Als jood moest hij vluchten voor de nazi’s en van 1938 tot 1951 leefde hij eerst in Zwitserland en daarna in de Verenigde Staten. Over de jodenvervolging schreef hij de novelle Mein ist die Rache (1942), waarvan op deze website een vertaling te lezen is.

Als zijn belangrijkste werk beschouwde hij de roman Süßkind von Trimberg (1972), waar hij tientallen jaren aan werkte. Na de tragedie van de sjoa was Torberg ervan overtuigd dat deze roman de allerlaatste zou zijn in de Duits-joodse literaire traditie. Als onderwerp koos hij de allereerste teksten uit diezelfde traditie: de twaalf gedichten uit de 13e eeuw die toegeschreven worden aan Süßkind von Trimberg, een minnezanger over wie verder niets bekend is. Torbergs boek is een fictieve biografie in romanvorm, die niet beschrijft “hoe het geweest is”, om de beroemde uitspraak van Leopold von Ranke over de taak van de historicus te citeren, maar “hoe het geweest zou kunnen zijn”. Süßkind is hier de enige joodse minnezanger, die aanvankelijk succes oogst bij zijn adellijke publiek, maar uiteindelijk door iedereen afgewezen wordt, zowel door de adellijke heren, die hem te kritisch vinden, als door de joden, die aan Duitse liederen geen waarde hechten.

De reacties op de roman waren heel uiteenlopend. Het boek werd de grond in geboord door Marcel Reich-Ranicki, die Torberg verweet een 20e-eeuws probleem op de 13e eeuw te projecteren. Torberg leed erg onder deze kritiek en probeerde Reich-Ranicki op andere gedachten te brengen. Andere auteurs en critici van naam, onder wie Robert Neumann en Manès Sperber, prezen de roman echter als een belangrijk en meeslepend werk. Maar ondertussen had de uitgever de oplage al beperkt.

De gebruikte uitgave is Friedrich Torberg, Gesammelte Werke in Einzelausgaben, Band VII, Süßkind von Trimberg. S. Fischer Verlag, Frankfurt am Main, 1972.

De vertaling van de liederen in het Nederlands was een onoplosbaar probleem. Ten eerste gebruikte Torberg een weinig betrouwbare uitgave van de middelhoogduitse liederen, namelijk Friedrich von der Hagen, Minnesinger (Leipzig, 1838). Betrouwbaarder is de recentere uitgave van Carl von Kraus, Deutsche Liederdichter des 13. Jahrhunderts. 2. Auflage (Tübingen, 1951/1978), waarvan de pagina’s 421-425 met de gedichten van Süßkind hier na de vertaling zijn weergegeven. De verschillen tussen de twee edities zijn aanzienlijk. Ten tweede is het inhoudelijke verschil tussen het origineel en Torbergs berijmde vertaling ook aanzienlijk. Een nieuwe metrische en rijmende Nederlandse vertaling zou wel heel ver verwijderd raken van het origineel. Daarom heb ik de knoop doorgehakt en gekozen voor een vertaling van Torbergs versie met een nauwkeurige weergave van de inhoud en behoud van de jambische versmaat, maar met weglating van het rijm.

 

De afbeelding geeft de verluchte pagina weer uit de Codex Manesse (begin 14e eeuw) voorafgaand aan de gedichten van “Süezkint der jude von Trimperg”. De figuur rechts met de gele punthoed – verplicht voor joden – stelt Süßkind voor.

 

Kees van Hage

 

Süßkind von Trimberg