Over lawaai en geluid



Arthur Schopenhauer

Ergernis over lawaai – laag overkomende vliegtuigen, knallende motoren, dreinende bladblazers en blaffende honden is niet nieuw. Rond het midden van de negentiende eeuw werd er al geklaagd over lawaai, vooral van zwepen, waarvan de punt door de geluidsbarrière gaat. Terwijl het lawaai sommige mensen onverschillig liet, was het onverdraaglijk voor mensen die zich bij hun werk moesten concentreren. Onder anderen voor de filosoof Arthur Schopenhauer, die bovendien een verklaard tegenstander was van dierenmishandeling en in dit geval van paarden. Zijn nog steeds heel leesbare en actuele essay heet Über Lerm [oude spelling] und Geräusch en maakt deel uit van het tweede boek van de Parerga und Paralipomena (“aanhangsels en weglatingen”), een verzameling korte filosofische essays, verschenen in 1851. Voor een eventuele tweede uitgave voorzag Schopenhauer deze tekst van aantekeningen, die in mijn vertaling tussen vierkante haken staan.


Over lawaai en geluid