Muzikale huis- en levensregels

Schumann-photo1850

 

Robert Schumann

 

 

De vorming van je gehoor is het belangrijkste. Probeer vanaf het begin toonsoort en toonhoogte te herkennen. De klok, het raam, de koekoek: zoek uit welke tonen ze voortbrengen.

 

Je moet ijverig toonladders en andere vingeroefeningen spelen. Er zijn echter veel mensen die denken dat ze daarmee alles kunnen bereiken, die tot op hoge leeftijd dagelijks urenlang mechanisch zitten te studeren. Dat is net zoiets als iedere dag het abc zo snel mogelijk en steeds sneller opzeggen. Je kunt je tijd beter gebruiken.

 

Er zijn zogenaamde “stomme klavieren” uitgevonden. Probeer ze maar eens een tijdje, dan zul je zien dat je er niets aan hebt. Van doofstommen kun je niet leren spreken.

 

Speel in de maat. Het spel van veel virtuozen lijkt op de loop van een dronkeman. Neem daar geen voorbeeld aan.

 

Studeer vroegtijdig de grondbeginselen van de harmonieleer.

 

Wees niet bang voor de woorden “theorie”, “basso continuo”, “contrapunt” enzovoort; ze zoeken toenadering, als jij dat ook doet.

 

Pingel nooit. Pak de zaak goed aan en speel nooit een stuk half.

 

Trekken en jagen zijn even grote fouten.

 

Probeer gemakkelijke stukken goed en mooi te spelen. Dat is beter dan moeilijke middelmatig uit te voeren.

 

Zorg dat je altijd op een goed gestemd instrument speelt.

 

Je moet je stukjes niet alleen met je vingers kennen, je moet ze ook zonder piano kunnen neuriën. Oefen je voorstellingsvermogen zo dat je niet alleen de melodie van een compositie, maar ook de bijbehorende harmonie in je geheugen vast kunt houden.

 

Probeer, al heb je misschien weinig stem, zonder hulp van een instrument van blad te zingen. De scherpte van je gehoor zal daardoor steeds groter worden. Maar heb je een mooie stem, laat dan geen moment onbenut om die te ontwikkelen en beschouw die als het mooiste geschenk dat de hemel je gegeven heeft.

 

Je moet het zover zien te brengen dat je je aan de hand van een partituur een voorstelling van een muziekstuk kunt maken.

 

Als je speelt mag het je niets uitmaken wie er luistert.

 

Speel altijd alsof er een grote meester naar je luistert.

 

Legt iemand je een nieuwe compositie voor om je die te laten spelen, lees die compositie dan eerst door.

 

Heb je een dag muziek gestudeerd en ben je moe, span je dan verder niet in. Beter uitrusten dan zonder enthousiasme en frisheid doorwerken.

 

Speel als je ouder wordt geen dingen die in de mode zijn. Tijd is kostbaar. Je zou honderd mensenlevens moeten hebben om alleen al al het goede wat er is te leren kennen.

 

Met zoetigheid, gebak en snoep voed je kinderen niet op tot gezonde mensen. Net zoals het voedsel voor het lichaam moet het voedsel voor de geest eenvoudig en krachtig zijn. De grote meesters hebben hier genoeg in voorzien; houd het daarbij.

 

Passagewerk verandert mettertijd; alleen waar de virtuositeit een hoger doel dient heeft ze waarde.

 

Zorg dat je slechte composities niet verder verspreidt; je moet ze juist uit alle macht onderdrukken.

 

Je moet slechte composities niet spelen en er ook niet naar luisteren, als je er niet toe gedwongen wordt.

 

Zoek het nooit in de virtuositeit, in de zogeheten bravoure. Probeer met een compositie de indruk te wekken die de componist in zijn hoofd had. Meer moet je niet doen; alles wat verder gaat is een karikatuur.

 

Je moet het afschuwelijk vinden om in stukken van goede componisten iets te veranderen, weg te laten of zelfs modieuze versieringen aan te brengen. Dat is de grootste schande die je de kunst aan kunt doen.

 

Als je in je studie voor een keus komt te staan, vraag dan ouderen om raad; dat bespaart je veel tijd.

 

Zorg dat je in de loop van de tijd alle belangrijke werken van alle grote meesters leert kennen.

 

Laat je door het applaus dat zogenaamde grote virtuozen vaak krijgen niet gek maken. Applaus van kunstenaars is belangrijker dan dat van de grote massa.

 

Alles wat in de mode is raakt ook weer uit de mode, en ga je daar tot op hoge leeftijd mee door, dan word je een dwaas die door niemand serieus genomen wordt.

 

Veel spelen in gezelschap levert meer nadeel dan voordeel op. Houd rekening met de mensen, maar speel nooit iets waarvoor je je diep van binnen zou moeten schamen.

 

Laat echter geen gelegenheid voorbijgaan om met anderen samen te spelen, in duo’s, trio’s en dergelijke. Dat maakt je spel vloeiend en boeiend. Begeleid ook vaak zangers.

 

Als iedereen eerste viool wil spelen, kunnen we geen orkest samenstellen. Respecteer dus iedere musicus op zijn eigen plaats.

 

Houd je instrument in ere, maar wees niet zo ijdel dat je dat het hoogste en het enige vindt. Bedenk dat er nog andere en net zo mooie zijn. Bedenk ook dat er zangers zijn, dat in koor en orkest het hoogste in de muziek tot uiting komt.

 

Wenn du größer wirst, verkehre mehr mit Partituren, als mit Virtuosen.

 

Als je groter wordt ga dan liever met partituren om dan met virtuozen.

 

Speel ijverig fuga’s van grote meesters, vooral van Johann Sebastian Bach. Het Wohltemperierte Klavier zou je dagelijks brood moeten zijn. Dan word je vast en zeker een degelijke musicus.

 

Zoek onder je vrienden degenen op die meer weten dan jij.

 

Ontspan je na je muziekstudie door veel dichters te lezen. Ga vaak de natuur in.

 

Van zangers en zangeressen kun je veel leren, maar geloof niet alles wat ze zeggen.

 

Achter de bergen wonen ook mensen. Wees bescheiden. Je hebt nog niets ontdekt en gedacht of anderen hebben dat voor jou ook al eens gedacht en ontdekt. En als dat wel zo is, beschouw het dan als een geschenk van boven, dat je met anderen moet delen.

 

De studie van de muziekgeschiedenis, ondersteund door het luisteren naar uitvoeringen van de meesterwerken uit de verschillende perioden, zal je heel gauw van je eigendunk en ijdelheid afhelpen.

 

Een mooi boek over muziek is Über Reinheit der Tonkunst van Thibaut. Lees het vaak als je ouder wordt.

 

Kom je langs een kerk waar je orgel hoort spelen, ga dan naar binnen en luister. Krijg je de kans om zelf op de orgelbank te gaan zitten, waag dan een poging met je onervaren vingers en raak onder de indruk van dat muzikale geweld.

 

Laat geen gelegenheid voorbijgaan om orgel te studeren. Er is geen instrument dat onzuiverheden en fouten in de zetting en het spel zo direct afstraft als het orgel.

 

Zing ijverig mee in koren, vooral middenstemmen. Daar word je muzikaal van.

 

Wat betekent het als je muzikaal bent? Je bent het niet als je met een angstige blik op de muziek door het stuk ploetert; je bent het niet als je (iemand slaat twee bladzijden tegelijk om) blijft steken en niet verder kunt. Je bent het wel als je in een nieuw stuk ongeveer aanvoelt wat er komen gaat en een vertrouwd stuk uit je hoofd kent – in één woord: als je de muziek niet alleen in je vingers, maar ook in je hoofd en je hart hebt.

 

Maar hoe word je muzikaal? Lieve kind, de hoofdzaak: een scherp gehoor, een snel begrip, komt net als overal van boven. Maar aanleg kan ontwikkeld en verbeterd worden. Je wordt het niet door je als een kluizenaar dagenlang op te sluiten en vingeroefeingen te doen, maar door levendige, veelzijdige muzikale contacten te onderhouden, vooral in koren en orkesten.

 

Zorg dat je vroegtijdig op de hoogte bent van de omvang van de menselijke stem met de vier voornaamste stemsoorten. Beluister ze in het koor, ga na in welke registers ze de meeste kracht bezitten en in welke ze zich lenen voor zachtheid en lieflijkheid.

 

Luister ijverig naar alle volksliederen: die zijn een schatkamer van de mooiste melodieën en gunnen je een blik op de karakters van de diverse volkeren.

 

Oefen vroegtijdig het lezen in de oude sleutels. Anders blijven veel schatten uit het verleden ontoegankelijk.

 

Besteed vroegtijdig aandacht aan de klank en het karakter van de verschillende instrumenten; prent je hun karakteristieke timbre in.

 

Laat nooit gelegenheden voorbijgaan om goede opera’s te horen.

 

Houd het oude in ere, maar stel je hart ook open voor het nieuwe. Koester geen vooroordelen tegen onbekende namen.

 

Oordeel niet na één keer luisteren over een compositie. Wat je eerst bevalt is niet altijd het beste. Grote meesters moeten gestudeerd worden. Veel zal je pas duidelijk worden als je heel oud bent.

 

Probeer bij het beoordelen van composities uit te maken of ze tot de echte kunst behoren of alleen maar amusement voor amateurs betekenen. Kom op voor de eerste soort en maak je niet kwaad over de tweede.

 

“Melodie” is de strijdkreet van de amateurs, en inderdaad: muziek zonder melodie is geen muziek. Maar begrijp goed wat zij ermee bedoelen: voor hen hoeft muziek alleen maar bevattelijk en prettig ritmisch te zijn. Er zijn echter nog andere soorten muziek, en waar je Bach, Mozart of Beethoven ook opslaat, ze geven je duizend verschillende indrukken. Van de armoedige eentonigheid van vooral nieuwe Italiaanse operamelodieën krijg je hopelijk gauw genoeg.

 

Improviseer je aan de piano melodietjes, dan is dat leuk, maar komen ze een keer vanzelf, niet aan de piano, verheug je dan nog meer, want dan wordt de innerlijke muzikaliteit in je wakker. – De vingers moeten doen wat het hoofd wil en niet omgekeerd.

 

Begin je te componeren, doe dan alles in je hoofd. Pas als een stuk helemaal af is moet je het op het instrument proberen. Als je muziek van binnenuit gekomen is, als je die gevoeld hebt, heeft ze hetzelfde effect op anderen.

 

Als je van de hemel een levendige fantasie gekregen hebt zul je in eenzame uren wel vaak aan de vleugel gekluisterd zitten om in harmonieën je innerlijk te uiten, en des te geheimzinniger zul je je als in een toverkring getrokken voelen, al is het rijk van de harmonie nog zo vaag voor je. Dit zijn de gelukkigste uren van de jeugd. Pas ondertussen op om je al te vaak over te geven aan een talent dat je verleidt om tijd en moeite aan schimmige beelden te verspillen. Vormbeheersing en helderheid verwerf je alleen door het noteren. Je moet dus meer schrijven dan fantaseren.

 

Leer vroegtijdig dirigeren en kijk veel naar goede dirigenten. Het staat je vrij om zelf in stilte mee te dirigeren. Dat zorgt bij jezelf voor duidelijkheid.

 

Geef je ogen de kost in het leven, net als in andere kunsten en wetenschappen.

 

De wetten van de ethiek zijn ook die van de kunst.

 

Door ijver en volharding zul je het steeds verder brengen.

 

Van een pond ijzer, dat een paar centen kost, kun je duizenden horlogeveren maken, waarvan de waarde in de honderdduizenden loopt. Het pond dat je van God gekregen hebt moet je getrouw gebruiken.

 

Zonder enthousiasme komt er in de kunst niets goeds tot stand.

 

De kunst is er niet om rijkdommen te vergaren. Zorg dat je een steeds grotere kunstenaar wordt, dan valt de rest je vanzelf toe.

 

Pas als de vorm je helemaal duidelijk is zal de geest je duidelijk worden.

 

Misschien wordt een genie alleen door een genie helemaal begrepen.

 

Iemand was van mening dat een volmaakte musicus in staat zou moeten zijn van een ingewikkeld orkeststuk dat hij voor het eerst hoort als het ware de partituur voor zich te zien. Dat is het hoogste wat je je voor kunt stellen.

 

Aan leren komt nooit een eind.

 

 

De Musikalische Haus- und Lebensregel, adviezen van Robert Schumann (1810-1856) aan jonge musici, verschenen in de Neue Zeitschrift für Musik, Band XXXII, Nr. 36 (1850).