Goedenacht, wereld

1410772029533.png

 

Jankev Glatsjtejn

Goedenacht, wijde wereld.
Grote, stinkende wereld.
Niet jij, maar ik sla de deur dicht.
In mijn jas, rechtop,
De felle gele lap erop,
Met trotse tred,
Naar mijn eigen wet –
Ga ik terug naar het getto.
Wis uit, vertrap alle sporen van afvalligheid.
Ik wentel me in je vuil.
Loof, loof, loof
Het gebochelde Joodse leven.
Naar de hel, wereld, met je treife culturen.
Al is alles verwoest,
Ik ben stof van jouw stof,
Treurig Joods leven.

Duits varken, vijandig zwijn,
Duivelse dief, land van zuipen en vreten.
Slappe democratie, met je koude
Sympathie-compressen.
Goedenacht, arrogante elektrische wereld.
Terug naar mijn kerosine, vettige schaduw,
Eeuwige oktober, sterrenscharen,
Naar mijn kromme straat en gebogen lantaren,
Mijn Heilige Naam, mijn Tenach,
Mijn streng, talmoedisch gezag,
Naar de heldere Jiddisje taal,
Naar de Wet, de diepe zin, het recht, de plicht,
Wereld, ik loop verheugd naar het zachte gettolicht.

Goedenacht. Ik geef je, wereld, vlug
Al mijn bevrijders terug.
Neem de Jezusmarxisten, wurg je met hun moed.
Crepeer op een drup van ons gedoopte bloed.
En al talmt Hij, ik blijf hopen,
Dag in, dag uit groeit mijn verwachting.
Er zullen nog groene blaren ruisen
Aan onze boom die verdord is.
Troost heb ik niet nodig.
Ik ga terug naar de krappe ruimte,
Van Wagners heidense muziek naar niggoeniem van vromen.
Ik kus je, slonzig Joods leven.
En in mij weent de vreugde van het komen.

 

April 1938

 
 

Jankev Glatsjtejn, A goete nacht, weltGedenklider, pp. 41-42. Farlag Idisjer Kemfer, New York, 1943.

 

Het gedicht gelezen door de dichter.