Ferdinand von Saar: novellen


Inleiding

Een zeldzaam hoogtepunt in het werk van een vertaler is de ontdekking van een onterecht vergeten schrijver. De Oostenrijkse auteur Ferdinand von Saar (1833-1906) is zo iemand en de Duitse term Geheimtip is van toepassing op zijn werk. In Nederland is hij vrijwel onbekend en zelfs in veel toonaangevende Duitstalige literatuurgeschiedenissen schittert hij door afwezigheid. Ferdinand von Saar was met zijn realistische novellen een verbindende schakel tussen de biedermeiergeneratie van Franz Grillparzer en de generatie van Arthur Schnitzler en Hugo von Hofmannsthal. De laatste zag hem ook als zodanig en schreef in 1892 in zijn krantenartikel Ferdinand von Saar: Schloß Kostenitz:

Ook Saars figuren variëren die algemene, typisch Oostenrijkse stemming van verinnerlijking, fijngevoeligheid en levensangst. Ze vluchten bijna allemaal uit het leven; “vluchten” is niet het juiste woord: het is zonder heftigheid en aanklagend pathos een zacht, schuchter vertrekken als uit een opwindend en pijnlijk gezelschap. De meesten hebben iets hulpeloos en vrouwelijks; ze verleren de omgang met mensen graag en makkelijk, ze omringen zich graag met oude, verbleekte en versleten dingen, de wereldvreemdheid bevalt hen wel en ze verkeren heel sterk in de raadselachtige ban van het voorbije.

In die door Hofmannsthal zo goed getypeerde novellen put Ferdinand von Saar veel uit zijn moeilijke en tragische leven. Hij werd geboren in Wenen, verloor al jong zijn vader en groeide op in grote armoede. Zijn moeder kon geen universitaire studie voor hem bekostigen en op aandringen van zijn voogd trad hij toe tot het Oostenrijks-Hongaarse leger. Na elf jaar nam Saar ontslag als officier om zich aan de literatuur te wijden. Hij beschouwde zichzelf vooral als toneelschrijver en had zelfs een levenslange obsessie met theater, maar zijn eerder poëtische dan dramatische stukken – waaronder een tragedie over de gebroeders Johan en Cornelis de Witt – werden geweigerd of kapotgeschreven, waardoor hij zijn schuldeisers niet kon betalen en verschillende keren in de gevangenis belandde. Na zeven moeilijke jaren werd Ferdinand von Saar uit de nood geholpen door een aantal adellijke weldoensters in Moravië, die hem een toelage gaven en woonruimte op hun landgoed. Hij trouwde op latere leeftijd en had een gelukkig huwelijk, tot zijn vrouw na enkele jaren ongeneeslijk ziek werd en een eind aan haar leven maakte. Op hoge leeftijd werd Saar op zijn beurt getroffen door een ernstige, ongeneeslijke ziekte en hij volgde in 1906 haar voorbeeld, gebruikmakend van zijn oude legerpistool.

Naast zijn mislukte carrière als toneelschrijver oogstte Ferdinand von Saar succes als dichter. Achteraf gezien was hij op zijn best als auteur van novellen, al had hij een beperkt lezerspubliek, onder wie in de eerste plaats zijn weldoensters. In zijn 32 novellen, geschreven in de periode 1865-1905, schildert hij met groot inlevingsvermogen een serie uiteenlopende figuren, van arbeiders tot bankdirecteuren. Hij geeft een levendig beeld van de ingrijpende maatschappelijke veranderingen in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie in die periode en doet dat in een onspectaculaire, maar geraffineerde en elegante stijl. De belangrijkste thema’s in zijn werk zijn liefde, vergankelijkheid en dood.

In anderhalve eeuw is er nog nooit iets van Ferdinand von Saar in het Nederlands vertaald. Na deze eerste vertaling van zijn beste novellen is zijn werk niet langer geheim en misschien zelfs een tip.

De gebruikte uitgave is Ferdinand von Saars sämtliche Werke in zwölf Bänden, herausgegeben im Auftrage des Zweigvereins der Deutschen Schillerstiftung von Jakob Minor, Max Hesses Verlag, Leipzig, 1908.

Overzichten