Een verhaal over een greenhorn

straat-sjolem-aleichem
 

Sjolem Aleichem

U zegt: Amerika is een land van business – never mind. Dat moet het ook zijn. Maar after all is trouwen en jezelf verkopen om de business, excuse me, wel iets walgelijks. Ik ben geen zedenpreker, maar ik zeg: het is een fact dat negenennegentig procent van de greenhorns bij ons trouwen om de business – dat vind ik irritant, en als ik zo’n groentje betrap, komt hij er niet zo best vanaf. Leave it to me, dan zal ik u vertellen van een chance!

Ik zit op een dag in mijn office om de post te mailen, komt er een greenhorn binnen, nog een echte boy. Met een jong en, hoe zal ik het zeggen, weelderig vrouwtje. Bloedmooi en fris als een appeltje, zo van de boom. Hij spreekt me hier aan met ‘How do you do? Bent u Mr. Baraban de business broker?’ ‘Sit down! Wat hebt u voor prettigs te vertellen?’ Vertelt hij me openhartig een heel verhaal, so and so, hij kwam als boy pas tien jaar geleden het land binnen, hij was pantmaker by trade, en dat vrouwtje werd verliefd op hem, een arbeidersmeisje met duizend dollar cash, hij trouwde met haar en was op zoek naar een business om een inkomen te hebben en niet in een shop te hoeven werken, want hij had reuma, wat hij niemand toewenste, enzovoort. Ik kijk naar dat vrouwtje en ik zeg: ‘Wat voor een business wilt u beginnen?’ Hij antwoordt: ‘Ik zou een stationary willen openen.’ En hij geeft me te verstaan dat “zij” hem dan zou kunnen helpen. Snapt u nou zo’n greenhorn? Het is niet genoeg dat hij een vrucht heeft geplukt, een schoonheid om een zegen over uit te spreken, en het is niet genoeg dat ze duizend dollar cash voor hem meebrengt, hij wil haar ook nog voor hem laten werken, dat hij met zijn vrienden kan gaan zitten kaarten enzovoort: ik ken die lui! Ik dacht bij mezelf: jij krijgt van mij geen stationary! Ik krijg jou wel als een makke hond in een laundry. Jij wordt mijn laundryman! Hoe ik op een laundry kom? Doordat ik net toevallig een laundry te koop had. Dus ik antwoord mijn groentje: ‘Waarom zou je je uitsloven in een stationary store, achttien uur per dag, en zitten koekeloeren tot er een schoolboy binnenkomt die voor een penny candy koopt enzovoort? Leave it to me, dat is beter: ik zal je een mooiere business geven, een laundry in de Bronx, dan werk je regular uren en heb je een leventje als een vorst!’ En ik pak een pencil en reken hem voor dat hij na alle expenses: rent en shirt ironer en family ironer en delivery boy en laundry bill enzovoort, zo’n dertig dollar schoon per week overhoudt: wat wil je nog meer? ‘Wat gaat dat kosten?’ Ik zeg: ‘Duizend dollar, dat is een bargain, maar leave it to me: ik zorg dat u het voor achthonderd krijgt. U hoeft alleen maar, zeg ik, die paar dollar neer te tellen en dan krijgt u zeker weten de sleutel – en u bent allright. Tot die tijd, zeg ik, het beste en kom over drie dagen bij me terug, want nu heb ik geen tijd – en goodbye!’

En in mijn eentje ga ik naar mijn laundryman om hem het goede nieuws te brengen: God heeft me een goudvis gestuurd, een greenhorn, en nu heeft híj als laundryman een chance, als hij een mentsj is, die laundry van de hand te doen zonder er armer van te worden, en hij moet weten wat hem te doen staat enzovoort… De boef begreep wat ik bedoelde en hij zegt: ‘Breng hem maar hier, die goudvis, dan is het allright…’ Drie dagen later is mijn greenhorn hier met een deposit, om het met zijn vrouwtje een week te tryen, zoals gebruikelijk, en mijn laundryman zou er vast wel voor zorgen dat de week van het tryen allright was en zelfs nog een beetje extra allright – en de business was gesettled. De greenhorn betaalde die paar dollar, de laundryman overhandigde hem de boeken en de sleutel, ik kreeg van beide partijen mijn procenten enzovoort – Mr. Baraban de business broker weet wat hij moet doen – en hoe zeg je dat, finita la commedia. O ja? Dat zegt ú. Voor mij begon de komedie pas. Want pas toen alles helemaal klaar was, begon in mij de woede te branden tegen die greenhorn, waarom kreeg die klootzak alles op een presenteerblaadje aangereikt: zo’n vrouwtje, duizend dollar cash en een kant-en-klare business zonder hoofdpijn? We moesten hem die laundry afhandig maken voor de halve prijs en teruggeven aan de oude laundryman. Hoe? Daarvoor ben ik Mr. Baraban de business broker, voor mij is er niets wat ik niet gedaan krijg! Ik ging naar een pand recht tegenover de laundry op de hoek van de Tweede Street en huurde bij de agent een roompje, stopte hem als voorschot een tien-dollarbill toe en hing voor de window een sign:

 

HIER KOMT EEN LAUNDRY

Natuurlijk was er nog geen dag om of mijn greenhorn stond hier met een rooie kop: Hoe kon dit? Het was afgelopen met hem! ‘Wat is de trouble?’ Vertelt hij me van de pech: de een of andere sadist heeft recht tegenover hem een store gehuurd om een laundry te openen! ‘Wat wil je, greenhorn?’ Hij wil dat ik een koper zoek voor zijn laundry, dan zal hij mij bijzonder dankbaar zijn en God eeuwig voor me bidden enzovoort. Ik kalmeer hem en zeg dat een koper niet zo makkelijk te vinden is. Maar hij moet vertrouwen in me hebben, ik zal tryen mijn best. Intussen moet hij naar huis gaan en over een dag of drie terugkomen, want ik zit tot mijn nek in de business enzovoort – en goodbye!

Zelf liet ik de oude laundryman komen en ik vertel hem so and so: nu krijg je een chance om je laundry voor de halve prijs terug te kopen van die greenhorn. Hij zegt: ‘Hoe krijgt u dat voor elkaar?’ Ik zeg: ‘Wat gaat jou dat aan? Leave it to me: daarvoor ben ik Mr. Baraban de business broker.’ Hij zegt: ‘Allright.’ Ik zeg: ‘Krijg ik daarvoor mijn commissie?’ Hij zegt: ‘Allright.’ Ik zeg: ‘Ik vraag er honderd dollar voor.’ Hij zegt: ‘Allright.’ Enzovoort. Ondertussen waren de drie dagen voorbij en daar is mijn greenhorn met zijn vrouwtje. Het vrouwtje is een beetje bleker geworden, maar nog steeds beeldschoon. ‘Is er nieuws?’ ‘Wat voor nieuws,’ zeg ik, ‘u mag,’ zeg ik, ‘God danken, want ik heb net een koper gevonden voor uw laundry. Maar natuurlijk,’ zeg ik, ‘verliest u erop.’ ‘Hoeveel?’ ‘Vraag niet,’ zeg ik, ‘hoeveel u verliest, vraag hoeveel u wint. Want hoeveel,’ zeg ik, ‘u ook krijgt, het wordt u in de schoot geworpen. U speelt,’ zeg ik, ‘een spelletje met Amerikaanse concurrenten? Die kunnen,’ zeg ik, ‘u zulke expenses afdwingen, dat u,’ zeg ik, ‘er midden in de nacht vandoor moet in uw hemd!’ Affijn, ik had ze zo bang gemaakt, dat ze de helft accepteerden van wat ze geïnvesteerd hadden en me ook nog commissie betaalden, want ik was toch niet verplicht om me voor niets uit te sloven, en – zeg maar dag tegen de laundry! Maar wacht: het is nog niet klaar. Als u uw hoofd erbij had, weet u nog dat ik de agent tien dollar toegestopt had voor een store en dat ik een sign voor een laundry opgehangen had. Komt de vraag: waarom zou ik tien dollar zomaar weg laten waaien? Moet Mr. Baraban de business broker zijn geld over de balk smijten of hoe zit dat? Dat was punt een. Punt twee: ik was nog steeds woedend op die greenhorn; het zat me dwars dat die klootzak nog steeds honderden dollars in zijn pocket had en naast zich een vrouwtje dat goud waard was! Was hij dat waard? Mr. Baraban, de grootste business broker van de East Side, moet het doen met een monster, excuse me, en nog een xantippe ook, en die greenhorn – hem stuurt God zo’n juweel, you know, zo’n snoepje – daarvoor krijgt hij de rekening gepresenteerd! Ik blijf dus niet rustig zitten, maar stuur hem een postal card dat hij bij me moet komen voor een appointment op die en die tijd, want ik had een business voor hem. Hij laat er geen gras over groeien en komt op de afgesproken tijd, mét haar, dat vrouwtje. Ik laat ze plaatsnemen, mijn lieve gasten, en vertel hun een verhaal, so and so: ‘U kent de Amerikaanse bluffers niet! Als u wist wat voor een trick die boef, die oude laundryman, u geleverd heeft, zouden uw haren recht overeind gaan staan!’ ‘O ja?’ ‘Ja,’ zeg ik, ‘hij heeft die store tegenover u gehuurd en een sign voor een laundry opgehangen om te zorgen,’ zeg ik, ‘dat u bang wordt en hem voor de halve prijs zijn laundry terug laat kopen.’ Toen ze dat verhaal hoorden, keken man en vrouw elkaar aan en werden woedend, vooral dat vrouwtje. Haar ogen brandden als twee kooltjes vuur. ‘Het is een kwestie van rechtvaardigheid,’ zeg ik, ‘u moet met hem, met die boef, afrekenen, dat het hem nog lang zal heugen!’ ‘Hoe kunnen wij met hem afrekenen?’ ‘Leave it to me,’ zeg ik, ‘ik fiks dat zo met die vogel,’ zeg ik, ‘dat hij bij de opstanding van de doden zijn graf niet uitkomt, en u,’ zeg ik, ‘zult er nog voordelig van afkomen; u krijgt,’ zeg ik, ‘nog een betere business dan eerst!’ Kijken ze me aan als twee duifjes, alsof ze willen zeggen: moge God u verhoren, moge u een lang leven beschoren zijn enzovoort! En ik leg ze een plan voor: waarom zouden ze een ander zijn business kopen en daar krom voor liggen? ‘Weet je wat ik doe? Ik ga naar diezelfde landlord om af te dingen op het storetje dat die boef had willen huren en daar fiks ik voor zo’n drie-, vierhonderd dollar een laundry recht tegenover zijn laundry om hem te beconcurreren: als hij een prijs vaststelt ga ik daaronder zitten en ik zorg dat hij binnen drie weken moet moven – zowaar als ik Baraban heet!’ Nou ja, ik had ze zo bang gemaakt dat die greenhorn me bijna om de hals viel, en dat knappe vrouwtje van hem bloosde en werd mooier dan ooit. En nog diezelfde dag rentte ik voor hen het storetje en ik maakte gauw een nieuwe laundry in orde met een sign en met tafels en al het nodige, en mijn echtpaar ging aan het werk en er ontstond tussen hen en de oude laundryman een vernietigende concurrentie. Ze werkten voor afbraakprijzen, als het maar enigszins kon. Als de ander vierentwintig cent voor twaalf lakens rekende gingen zij op achttien cent zitten met een “spread” gratis. Zakte hij dan tot acht cent per hemd, zakten zij tot anderhalve penny voor een collar, moest hij weer zakken tot één penny, enzovoort. Het resultaat: ze gingen net zolang door tot die greenhorn zijn paar dollars kwijt was en zonder één penny bleef zitten en niets meer had om de rent van te betalen. Hij sloot de laundry toen hij geen nagel meer had om zijn gat te krabben, of zoals geschreven staat: “Hij kwam op een oude knol en ging op een oude knol.” En dankzij mij rust hij nu een tijdje uit in Ludlow Street Jail – voor zijn vrouwtje heb ik een lawyer uitgezocht voor drie eisen van haar tegen hem: 1. haar geld, de bruidsschat van duizend dollar, 2. een scheiding, en 3. als ze eenmaal van hem gescheiden is moet hij haar alimentatie betalen volgens de wet van de staat – de duivel hale hem, die greenhorn!

 

1916

 

greenhorn: nieuwkomer, groentje
mentsj: een volwassen mens met verantwoordelijkheidsgevoel
shop: atelier met zeer slechte arbeidsomstandigheden
stationary: kantoorboekhandel

A maise mit a grienhorn, in Ale Werk foen Sjolem Aleichem, Band 21: pp. 253-259. Sjolem-Aleichem Folks-Fond Oisgabe, New York, 1921.