Drie vrienden

froeg

 

Sjimen Froeg

 

We waren drie vrienden, drie vrienden weleer,
Maar twee van hen leven al jaren niet meer:
Eliakoem en Nochmen met zijn klarinet
En ik als poëet en bescheiden sujet.

We groeiden op samen, we lernden ook samen
Om ons in Tora en geloof te bekwamen;
We davvenden samen, maakten veel gerucht,
En ademden samen ook dezelfde lucht;
En aan het eind zouden we, moegestreden,
Dan eeuwig bijeenzijn in de Hof van Eden.
En luister nu, want ik vertel op mijn beurt
Wat met ons in ’t bos op een dag is gebeurd.
Wij liepen met messen, zo vlijmscherp gepunt,
De doodsengel had het niet beter gekund.

Misschien denkt u nu en vertrekt nog geen spier:
Ze sneden een tak af daar bij de rivier.
De stralen der dalende zon, al wat koud,
Belichtten een wilgenboom, krom en al oud. –
Daar zien we, gezeten op steen als een troon,
De profeet Elia in eigen persoon.

 

***

En met een stem heel vriendelijk en stil
Zei hij toen: ‘Beste kindren, kom naar voren,
Wat God voor jullie drie bestemmen wil
In jullie leven, zul je van mij horen.

Eliakoems stem zal als een donder schallen
Voor mannen, vrouwen, kindren, groot en klein;
Zich buigen als de bloemen zullen allen
En bitter wenen diep gekweld door pijn.

Jij, Nochmen, zult geen last hebben van smarten,
Want waar jouw fraai geluid ook maar zal klinken
Daar zal het vreugde brengen in de harten
En ogen zullen steeds van blijdschap blinken.’

‘En ik?’ ‘Jij zult lijden en je verblijden,
Jij zult geluk èn ongeluk ervaren:
Jij zult verenigen het lot van beiden.’
Dat zou Elia mij toen openbaren.

 

***

Veel dagen, maanden, jaren zijn verstreken,
Sinds Eliakoem naar Polen verdween:
Met zijn sjofar geeft hij daar steeds een teken,
En aan die dreiging ontkomt er niet een…

En Nochmen is een muzikant geworden:
Waar mensen op bruiloften en partijen
Hem horen spelen, komt alles in orde
En zijn viool kan iedereen vermeien…

En wilt u weten: hoe is ’t jou vergaan?
Nu, de profeet begreep het door en door:
Het dichten in het Jiddisj werd mijn baan.
En dat stelt bij de mensen niet veel voor.

Een sjofarblazer en een muzikant!
Blaas nu maar tot je krachten het begeven;
Speel je viool, blaas je sjofar in ’t land,
Speel, speel maar, alle dagen van je leven…

Slaap en rust: weg, verdwijn,
Speel in vreugde en pijn

Jullie eeuwig refrein!
En ik lach, zucht benard,
En ik zing, en de smart

Verscheurt mijn bekommerde hart.

1886

 

lernen: de heilige geschriften bestuderen.
davvenen: bidden.
sjofar: de ramshoorn die geblazen wordt in de synagoge, onder andere op Grote Verzoendag.

Sj. Froeg, Drai chaveejrim, in Oisgeweejlte sjriften far Idisje sjoeln oen heejmen, pp. 3-4. Hebrew Publishing Company, New York, z.j.