De zangeres op blote voeten

6261792_orig

 

Er was eens een keizer wiens rijk zo groot was, dat hij de buitenprovincies nog nooit gezien had en zelfs niet wist waar zijn grenzen lagen. Hij had van horen zeggen dat er in de allerverste provincie, de Eindeloze Vlakte, nomaden leefden. Dat ze een woest leven leidden, geen vaste verblijfplaats hadden en hun tenten steeds weer ergens anders opsloegen. De keizer wilde graag meer weten van de Eindeloze Vlakte, maar had geen tijd voor de verre reis. Daarom stuurde hij zijn knapste ambtenaren op dienstreis naar dat afgelegen gebied. Ze moesten te paard gaan, zonder hun vrouwen, en in tenten overnachten.

De ambtenaren waren bijzonder snel terug uit de afgelegen provincie. Daarentegen besteedden ze veel tijd aan een rapport waarin ze wel duizend inktpotten leegschreven. Er stond vermeld hoeveel keizerlijke onderdanen er op de Eindeloze Vlakte leefden, hoeveel mannen, vrouwen en kinderen er waren, hoeveel paarden en tenten de nomadenfamilies bezaten, hoeveel belasting ze aan de keizer betaalden en hoe hard de wind blies over de Eindeloze Vlakte. En dat was nog niet alles.

Nadat de keizer drie keer boven het rapport in slaap was gevallen, sloeg hij het dicht. Al stond er dan alles in, hij begreep eigenlijk nog niets van de Eindeloze Vlakte. Bovendien had hij het gevoel of zijn ambtenaren iets verzwegen hadden. Want in zijn slaap boven het rapport meende hij door de paleistuin een gerucht te hebben horen ritselen. Op de Eindeloze Vlakte zou een zangeres zingen die onweerstaanbaar was. Geen nomade kon haar zang met droge ogen horen.

Omdat de keizer hartstochtelijk veel van muziek hield, begon in hem de nieuwsgierigheid te branden, eerst nog als een klein vuurtje, maar weldra als een steppenbrand. Zangers had hij aan zijn hof genoeg, maar altijd bleef hij woelen als hij zich na een concert te rusten legde. De keizer nam het dikke rapport en liet de ambtenaren die het geschreven hadden op het matje komen.

‘Sire, we hebben uw onderdanen geteld tot en met de laatste man en de laatste paardenkop,’ zeiden de ambtenaren, nog voor de keizer iets gevraagd had.

‘Jullie zijn een vrouw vergeten,’ zei de keizer.

‘Sire, we hebben de nomadenvrouwen geteld en alles opgeschreven wat er over ze te schrijven was. Leest u ons aanhangsel, artikel 13B.’

‘Bleven jullie ogen droog op de Eindeloze Vlakte?’ vroeg de keizer om zijn ambtenaren op weg te helpen.

‘Kurkdroog, sire. U moet bedenken: het is er gemiddeld windkracht acht.’

Pennenlikkers, dacht de keizer. ‘Er gaan geruchten over een zangeres,’ zei hij.

‘U bedoelt uw onderdane’ – en hier moesten de ambtenaren even spieken – ‘Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor.’

De keizer wilde geen tijd verliezen met een berisping. ‘Vertel me over de klank van haar stem,’ drong hij aan, terwijl hij in zijn fluwelen handschoenen zijn vuisten balde.

‘Sire, we hebben de zangeres vermeld in een voetnoot in ons aanhangsel. Voor haar liederen was geen plaats meer. Bovendien verstaan we de taal van de Eindeloze Vlakte niet.’

‘Vertel me dan hoe ze eruitziet. Iemand met zo’n stem kan niet anders dan een schoonheid zijn.’

‘Schoonheid?’ zeiden de ambtenaren en keken elkaar verwonderd aan.

De keizer geloofde geen woord meer van het rapport. Misschien hadden zijn ambtenaren zich niet eens op de Eindeloze Vlakte gewaagd en de getallen maar uit hun dorre duimen gezogen. Hij stuurde de ambtenaren naar de keizerlijke gevangenis met de opdracht nauwkeurig het aantal keizerlijke vlooien en kakkerlakken te tellen. Vervolgens liet hij de beste ruiters uit zijn keurtroepen komen. Hij beval hun naar de Eindeloze Vlakte te gaan, de zangeres die Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor heette te zoeken en haar naar het paleis te brengen.

Het geduld van de keizer werd zwaar op de proef gesteld. Maar op de eerste dag van het nieuwe jaar wachtte hem een verrassing. De zangeres die Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor heette betrad het podium van de keizerlijke concertzaal, om op te treden met de keizerlijke hofkapel.

Haar jurk en haar pruik waren schitterend. Dat mocht ook wel, want ze zong de Juwelen-aria, een muziekstuk vol virtuoze versieringen. De keizer luisterde, brandend van nieuwgierigheid. Maar al gauw verkoelde hij. Alles klopte, maar er zat geen hart in de Juwelen-aria. En de uitspraak leek nergens op. De keizer verstond zijn eigen taal niet eens. Was dat de zangeres naar wie hij zo lang had uitgekeken? Misschien hadden zijn ambtenaren gelijk dat ze haar hadden verbannen in een voetnoot. Hij kon eens navragen hoe ver ze waren met het kakkerlakken-tellen…

Toen de laatste noot uit haar keel was geperst, viel de keizer op hoe donker zangeres Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor uit haar ogen keek. Hij zag hoe de schoentjes haar knelden en hoe ongemakkelijk ze zich bewoog in de rijk versierde jurk uit de keizerlijke kleermakerij. De keizer bleef met veel vragen zitten. Maar antwoorden kreeg hij niet, omdat de zangeres Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor alleen de taal sprak van de Eindeloze Vlakte.

De volgende dag liet de keizer zijn oude tuinman komen. Die was geen talenwonder, eerder een man van weinig woorden. Maar de tanige tuinman had veel gezien van de wereld buiten de paleistuin. Bovendien had hij gevoel voor muziek, want bij het wieden van het keizerlijke onkruid zong hij liederen die zijn bet-overgrootvader al gezongen had. De tuinman moest naar de Eindeloze Vlakte waar zangeres Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor vandaan kwam. Hij mocht de lange reis maken op het beste paard uit de keizerlijke stallen. Misschien zou hij meer begrijpen van het leven op de Eindeloze Vlakte dan de ambtenaren.

Toen de tuinman terugkwam, was hij bijna een jaar ouder en nog taniger. Maar hij kon paardrijden met losse handen. De tuinman beschreef het leven op de Eindeloze Vlakte in geuren en kleuren. Hij vertelde hoe het gras groeide, hoe de wind woei, hoe de wilde paarden draafden, hoe de nomaden hun tenten opsloegen, hoe het vlees rook aan het spit, welke liederen ze zongen bij het vuur, en hoe ze dag en nacht verlangden naar hun zangeres. Zo kwam de keizer uit de mond van de tuinman meer te weten dan uit de duizend inktpotten van de ambtenaren.

De keizer besefte dat hij van zijn rijk niet veel meer gezien had dan de billen van de paarden voor het keizerlijke rijtuig en de juichende kelen van de onderdanen langs de weg. Zangeres Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor moest op de Eindeloze Vlakte heel anders gezongen hebben dan in het keizerlijk paleis. De keizer had haar een jaar lang als een hofdame laten leven. Maar nu wilde hij haar zien in de kleren waarin ze naar het paleis gekomen was en horen met haar eigen muziek. Zonder de hofkapel die zo stijf in de maat speelde.

Moederziel alleen betrad zangeres Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor het podium van de keizerlijke concertzaal. Zonder pruik en met wilde haren. Zonder knellende schoenen en op blote voeten. Ze zong de zang van de Eindeloze Vlakte.

De parfums in de keizerlijke concertzaal werden weggeblazen door een wilde wind. Hoe wind woei, was de keizer haast vergeten. Hij hoorde woorden zingen die hij niet verstond en een melodie die spotte met de regels van de goede smaak. Deze keer hield de keizer zijn ogen niet droog. En plotseling vond hij zijn keizerlijke zangers behangers.

Het applaus was beleefd en kalm. Maar toen de keizer vertrokken was, ging er een storm van verontwaardiging door de keizerlijke concertzaal. De haren van de hofkapper stonden recht overeind. De hofkleermaker zwaaide dreigend met zijn naald. Hofdames krijsten dat de zangeres terug moest naar de inboorlingen. Want het paleis was vol. En vol was vol. En regels waren regels. De hofzangers vonden dat Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor ruw zong en onzuiver, uit de maat en met onbeschaafde tonen. En met onbeschaafde tenen.

Om erachter te komen of er in het paleis toch nog iemand was met een hart voor muziek, liet de keizer de zangeres nog een keer de zang van de Eindeloze Vlakte zingen. Voor het begon, stopte hij met bijenwas zijn oren dicht. En zo bespiedde hij de zaal vanuit zijn loge. Iedereen huilde. Maar de tranen maakten geen indruk op de keizer. Want zijn neus bespeurde een doordringende uienlucht.

Dat hij niets dan namaaktranen had gezien, stelde de keizer bitter teleur. Hij zag zijn paleis als een gouden kooi. En de angst sloeg hem om het hart. Zijn hofarts kon de zangeres gevaarlijke pillen en drankjes voorschrijven. Zijn hofzangers konden haar bederven met hun goede smaak. Zijn hofkapper kon zorgen dat ze haar wilde haren kwijtraakte. Zijn schoenmaker dat het eelt onder haar voeten verdween. Zijn lakeien konden er bij de zangeres de manieren van het hof instampen. Of haar per ongeluk met blote voeten in een zilveren naald laten trappen.

De laatste dag van het oude jaar maakte de keizer bekend dat hij voor het eerst na zijn troonsbestijging een ernstige vergissing had gemaakt. Om die fout goed te maken zou hij het oude jaar uit laten luiden door alle keizerlijke zangers en muzikanten. Behalve de zangeres op blote voeten.

Zodra ze dat hoorden, begonnen de hovelingen alvast te toasten op het nieuwe jaar. Het zingen van de zangeres op blote voeten was een storm in een glas water geweest. En in het nieuwe jaar zouden er alleen nog maar Juwelen-aria’s gezongen worden.

Vlak voor het galaconcert liet de keizer bekendmaken dat hij zich terugtrok om zich te bezinnen. Vervolgens riep hij zangeres op blote voeten bij zich.

Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor zong de zang van de Eindeloze Vlakte.

De keizer verstond nog niet meer dan een paar woorden, maar begrijpen deed hij alles.

Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor zag de tranen in zijn ogen. En ze legde in haar zangen meer verlangen dan ze ooit gedaan had.

Het heimwee greep de keizer bij de keel. Zodra het lied ten einde was, zette hij zijn gouden kroon met edelstenen af en deed zijn hermelijnen mantel uit. In plaats daarvan trok hij de rijbroek aan en de ruwe mantel die de tuinman bij zijn terugkeer gedragen had. Hij nam Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor bij de hand, ging door de dienstingang het paleis uit en zadelde twee paarden.

En toen lieten de keizer en Bizning Xalqda Shoirlik San’ati Bor het feestelijk verlichte paleis vol hofmuziek en vuurwerk achter zich en reden de nacht in. Maan en sterren verlichtten hun weg naar de Eindeloze Vlakte.

 

1996