De spin en de vlieg

63953-stock-photo-profession-red-bright-book-wind-closed

 
 

Nachman van Bratslav

Er was eens een koning die veel grote oorlogen moest voeren; hij overwon en maakte vele krijgsgevangenen. Die koning organiseerde ieder jaar een groot bal op de verjaardag van de overwinning en dat bal werd bijgewoond door alle hoogwaardigheidsbekleders en alle edelen, zoals gebruikelijk bij koningen. Er werden komedies opgevoerd waarin de spot gedreven werd met alle volkeren, tot en met de Turken. Alle volkeren en hun levenswijzen werden geparodieerd en gewoonlijk werd ook de spot gedreven met de joden. De koning gaf opdracht het boek te brengen waarin de levenswijze van ieder volk beschreven stond. En overal waar de koning het boek opensloeg zag hij dat het precies overeenkwam met de komedie; blijkbaar had degene die de komedie geschreven had het boek ook gelezen.

Terwijl de koning over het boek gebogen zat, zag hij over de rand van het blad van het boek een spin kruipen, terwijl er op de bladzij een vlieg zat. En waar gaat een spin meestal naartoe? Naar een vlieg. Terwijl de spin naar de vlieg toe kroop, kwam er een windvlaag die het blad van het boek opwoei, waardoor de spin de vlieg niet kon bereiken. De spin keerde om en deed alsof ze niet meer terug wilde naar de vlieg. Daarna viel het blad weer op zijn plaats. Toen de spin voor de tweede keer naar de vlieg wilde kruipen, woei het blad op, waardoor de spin terug moest, en zo ging het vele keren. Ten slotte ging de spin opnieuw naar de vlieg en toen ze al met een poot op de bladzij stond, woei het blad weer op. De spin stond al half op de bladzij, toen het blad helemaal terugviel, waardoor de spin tussen twee bladen kwam te zitten. En het ging van kwaad tot erger, tot er niets meer van haar over was. De koning zag het allemaal. Hij verwonderde zich en begreep dat het niet iets onbenulligs was, maar dat hij iets belangrijks te zien had gekregen. En terwijl hij peinsde wat het zou kunnen betekenen viel hij boven het boek in slaap.

Hij droomde dat hij een diamant in zijn hand hield, waar hij menigten mensen uit zag komen. Hij gooide de diamant weg. Gewoonlijk hangt boven een koning zijn portret en boven dat portret de kroon. De koning zag in zijn droom hoe de mensen die uit de diamant kwamen het portret pakten en de kop eruit sneden. Daarna pakten ze de kroon, gooiden die in de modder en kwamen op hem af om hem te vermoorden. Een blad van het boek waarop hij lag woei op en beschermde hem, waardoor ze hem niets konden doen. Ze gingen weg, waarna het blad weer op zijn plaats viel. Daarna wilden ze hem opnieuw vermoorden, het blad woei weer op – zie boven – en zo ging het vele keren. De koning wilde heel graag zien wat voor blad het was dat hem beschermde, welke levenswijze erop stond en van welk volk die was, maar hij durfde niet te kijken. Hij riep:

‘Help! Help!’

Alle aanwezige hoogwaardigheidsbekleders hoorden het. Ze wilden hem wakker maken, maar dat was bij een koning niet gebruikelijk. Ze gingen rondom hem staan en klapten om hem te wekken, maar hij hoorde het niet.

Ondertussen kwam er een hoge berg naar hem toe en vroeg:

‘Waarom schreeuwt u zo? Ik slaap al zo lang zonder dat iemand me wakker maakt en nu doet u dat.’

De koning zei: ‘Waarom zou ik niet schreeuwen? Ze komen in opstand en willen me vermoorden. Alleen het blad beschermt me.’

De berg antwoordde: ‘Het blad beschermt u en daarom hoeft u nergens bang voor te zijn. Ik word ook door een heleboel vijanden aangevallen, maar het blad beschermt me. Kom, dan zal ik het u laten zien.’

De berg liet hem zien hoe rondom hemzelf duizenden en nog eens duizenden vijanden stonden, die feestvierden en vrolijk waren, op muziekinstrumenten speelden en dansten. Ze hadden zo’n plezier omdat een van hun groepen een plan had bedacht om de berg te beklimmen en daarom vierden ze feest met muziek en dans. ‘En zo gaat het bij al die groepen,’ zei de berg, ‘maar het blad met de levenswijze dat u beschermt, is ook mijn bescherming.’ Boven op de berg stond een bord waarop de levenswijze geschreven stond van het blad dat hem beschermde en ook bij welk volk die hoorde. Maar omdat de berg zo hoog was, kon je de woorden niet lezen, alleen stond er aan de voet van de berg een bord waarop geschreven stond dat wie al zijn tanden had de berg beklimmen kon. G-d had het zo geregeld dat er gras groeide waar je de berg moest beklimmen en ieder die daar kwam vielen zijn tanden uit, of hij nu te voet kwam, op een rijdier of in een wagen getrokken door dieren. Er lagen daar zulke hopen tanden dat het wel bergen leken. Daarna pakten de mensen van de diamant het portret, brachten het terug in zijn vroegere staat, pakten de kroon, wasten hem schoon en hingen hem weer op zijn plaats.

De koning werd wakker. Meteen keek hij op het blad dat hem beschermd had om te zien welke levenswijze van welk volk daar stond en hij zag dat het over de joden ging. Hij bekeek de bladzij met de waarheid en begreep die echte waarheid. Hij nam zich voor om jood te worden. Maar wat te doen om iedereen op het rechte pad te brengen? Je moest iedereen naar de waarheid leiden. Hij nam zich voor om een wijze man te zoeken die hem de juiste uitleg van zijn droom kon geven. Hij nam twee man mee en trok de wereld in, niet als koning, maar als burger. En hij trok van stad naar stad om te vragen waar een wijze te vinden was die de juiste uitleg van zijn droom kon geven. Ze vertelden hem dat daar en daar zo’n wijze woonde.

Hij ging erheen en vertelde hem de waarheid: dat hij koning was, dat hij oorlogen gevoerd had en het hele verhaal – zie boven. En hij vroeg een uitleg van zijn droom. De wijze antwoordde:

‘Ikzelf kan hem niet uitleggen, maar dan en dan, op die en die dag van die en die maand verzamel ik alle bewustzijnsverruimende kruiden en maak daarvan een mengsel. Wie dan de rook inademt ziet wat hij wil zien en weet alles wat hij wil weten.’

De koning vond dat hij al zo lang onderweg was dat hij nog wel tot die dag van die maand kon wachten. Toen de dag aanbrak deed de wijze wat hij gezegd had en liet de koning de rook inademen.

De koning zag zelfs wat er voor zijn geboorte met hem gebeurd was, toen zijn ziel nog in hoger sferen verkeerde. Hij zag hoe zijn ziel door alle werelden werd geleid en hoorde hoe er geroepen werd dat ieder die iets tegen zijn ziel had in te brengen dat moest doen. Maar niemand deed dat. Ondertussen kwam er iemand aanrennen die riep:

‘Heer der Wereld, ik heb een verzoek! Als die ziel op de wereld komt, wat heb ik dan nog te doen? Waarvoor hebt U mij geschapen?’

Dat was Samaël.

Het antwoord luidde: ‘De ziel moet afdalen naar de wereld. Vind maar een oplossing.’

Hij ging weg.

De ziel werd verder door de werelden geleid naar het Hemelse Gerecht om de eed af te leggen voor ze naar de wereld af zou dalen.

Toen Samaël niet kwam, werd er een boodschapper gestuurd.

Samaël kwam en bracht een gebogen oude man mee die hij al lang kende. Hij lachte en zei:

‘Ik heb een oplossing gevonden. De ziel mag afdalen naar de wereld.’

Ze lieten de ziel naar de wereld gaan en de koning zag van begin tot eind wat er met hem gebeurde: hoe hij koning werd, de oorlogen die hij voerde enzovoort. Hij maakte krijgsgevangenen, onder wie een mooie vrouw die alle bekoorlijkheden van de wereld bezat; alleen waren die bekoorlijkheden niet van haarzelf, maar kwamen uit een diamant die ze als sieraad droeg. En op de berg konden alleen de wijzen en de rijken komen enzovoort – meer heeft Rabbi Nachman niet verteld. Al is hier nog veel meer over te vertellen.

[G-d, hoe talrijk zijn mijn belagers, velen vallen mij aan. U, G-d, bent een schild om mij heen, U bent mijn eer, U houdt mij staande. (Ps. 3:1,4). Vertaal de hele psalm en laat hem tot je doordringen. Dan zul je zien dat het hele verhaal een toespeling daarop is.]

 

1816

 

Nachman van Bratslav, Sippoerei Maises. Jeruzalem–New York, z.j.: Keren Hadfasah D’Chasidei Breslov, pp. 98-109. Deze vertaling is eerder verschenen in Grine Medine, nr. 55 (2014).

Nachman van Bratslav (1772-1810) was een chassidische leider, die zijn volgelingen verhalen vertelde. Na zijn vroege dood werden deze verhalen in het Hebreeuws en Jiddisj op schrift gesteld door Nosn Sjternharts en in de jaren 1815-1816 uitgegeven. Alle vertellingen kunnen gelezen worden als sprookjes zonder meer. Ze hebben echter een diepe religieuze betekenis, zoals de hieronder afgedrukte inleiding duidelijk maakt. De symboliek is zo gecompliceerd, dat het hier ondoenlijk is daar dieper op in te gaan. Goede toelichtingen zijn te vinden in de volgende vertalingen: Aryeh Kaplan, Rabbi Nachman’s Stories (Breslov Research Institute, Jeruzalem, 1983), Arnold J. Band, Nachman of Bratslav, The Tales (Paulist Press, New York, 1978) en Michael Brocke, Die Erzählungen des Rabbi Nachman von Bratzlaw (Hanser, München, 1985). De bekende uitgave door Martin Buber is een vrije bewerking, die Nachmans eenvoudige stijl geen recht doet.

Kees van Hage

 

De verhalen in dit boek bevatten de grote geheimen van de Tora. Ze handelen over belangrijke dingen en er staat geen alledaags woord in. Ook gewone mensen kunnen een hoge moraal ontlenen aan de verhalen, want die bezitten de kracht om alle mensen uit hun slaap te wekken en te voorkomen dat ze, God verhoede, hun jaren versuffen. Wie ze met een oplettend oog wil lezen, kan iets zien en begrijpen van Gods grootheid. Ze kunnen zelfs gewone mensen een sprankje moreel inzicht verschaffen en ervoor zorgen dat ze zien hoe de toestand in de wereld is en zich geen rad voor ogen laten draaien. De lezer moet dag en nacht bidden om verlost te worden van de dwaasheid van de wereld en te leven naar de wil van God, moge Hij gezegend zijn. De verhalen bevatten verborgen dingen die niet beschreven of verteld kunnen worden, maar wel tot inzicht kunnen leiden. Omdat wij de rabbi soms hebben horen zeggen dat hij de verhalen gedrukt wilde zien in de heilige taal het Hebreeuws en daaronder in het Jiddisj, hebben wij zijn heilige wil ten uitvoer gebracht en de verhalen zo gedrukt. Ook gewone mensen moeten kennis kunnen nemen van de verhalen, al zullen zij heel weinig begrijpen van de bedoeling en de strekking ervan. Zij zullen veel profijt hebben van het aandachtig lezen, want de verhalen hebben het vermogen de lezer nader tot de Allerhoogste te brengen. Het zijn, God verhoede, geen lege teksten. De rabbi, hij ruste in vrede, besloot veel verhalen met een paar verzen of opmerkingen om zijn toehoorders duidelijk te maken dat hij, God verhoede, geen onzin vertelde. Daarmee gaf hij een aanwijzing van de strekking van de verhalen, want ze bevatten alle de geheimen van de Tora.

Nachman van Bratslav, Sippoerei Maises. Jeruzalem–New York, z.j.: Keren Hadfasah D’Chasidei Breslov, p. 28.