De Paljas. Een verhaal uit het Oosten

 

De roman Der Pojaz (De paljas) (1893) van Karl Emil Franzos (1848-1904) speelt in het midden van de negentiende eeuw en gaat over een jonge man uit een sjtetl in Galicië die toneelspeler wil worden, maar tegengehouden wordt door zijn omgeving. Het boek boeit niet alleen door zijn literaire kwaliteit, maar ook door zijn actualiteit. Sjtetls bestaan weliswaar niet meer, maar ultra-orthodoxe milieus nog wel en het is nog steeds bijzonder moeilijk om je daaruit los te maken. Maar het thema heeft een algemene geldigheid, want ook in andere kringen streven jonge mensen naar een ideaal en worden door hun omgeving tegengewerkt.

Er is tenminste één geval bekend waarin de roman inspirerend heeft gewerkt. De acteur Alexander Granach (1890-1945) werd geboren als Jessaja Gronach in een Galicisch sjtetl, niet ver van Czortków (het “Barnow” uit Der Pojaz) en bracht het uiteindelijk tot acteur aan het Deutsche Theater van Max Reinhardt in Berlijn. In zijn autobiografie Da geht ein Mensch vertelt hij hoe hij als zeventienjarige Der Pojaz las en welke uitwerking het boek op hem had: Ik lag te huilen om het onrecht dat die man overkomen was. De roman hielp hem bij de verwezenlijking van zijn droom, acteur te worden.

De blijvende actualiteit van het thema was de eerste reden om een nieuwe vertaling van dit vergeten meesterwerk te maken, gebaseerd op de uitgave van Athenäum (Königstein, 2000). De tweede reden was de veroudering en onvolledigheid van de enige andere Nederlandse vertaling, de (niet-gedateerde) van S.J. Barentz-Schönberg uit het begin van de twintigste eeuw. Dat vertalingen verouderen, is onvermijdelijk, doordat het Nederlands verandert. Maar in De pias, de vorige vertaling, is niet minder dan veertig procent van het origineel weggelaten: zinnen, alinea’s, het hele voorwoord en het hele hoofdstuk 31, zonder verantwoording en zelfs zonder vermelding.

Een uitgebreide inleiding op de roman is eigenlijk overbodig, omdat de auteur die in het voorwoord zelf al geeft. Franzos’ eigen woordverklaringen staan net als in het origineel tussen ronde haken in de tekst, terwijl mijn woordverklaringen steeds aan het eind van een hoofdstuk zijn toegevoegd.

Dat de taal van de grote meerderheid van de joden in Galicië Jiddisj was, wordt door Franzos enigszins verhuld. In hoofdstuk 8 duidt hij het Jiddisj aan met de pejoratieve term “jargon” en in de hele roman vervangt hij veel Jiddisje woorden door Duitse. Zo schrijft hij “Städtchen“ (stadje) in plaats van “Schtetl” (sjtetl) en “Schlaflökchen” (slaaplokken) in plaats van “Peies” (peies). Daar is in de vertaling uiteraard niets aan veranderd.

 

Kees van Hage

 

foto: de acteur Ermete Novelli (1851-1919) als Shylock in De koopman van Venetië van Shakespeare.

 

De Paljas