De kijker

kijker

 

Ik wil je graag iets vertellen over een koning met grote plannen.

Die koning met grote plannen was klein geboren. Nu was dat niets bijzonders, want iedereen wordt klein geboren en iedereen maakt later in zijn leven grote plannen. Maar de toekomstplannen van deze koning waren wel heel erg groot, terwijl hij toch zo klein geboren was.

Hoe was dat dan gegaan?

De vorige vorst en vorstin waren kinderloos gebleven. Dat deed hun veel verdriet, want ze hadden een troonopvolger nodig. Stel je voor dat er geen koningszoon of desnoods een koningsdochter geboren werd, dan zou het land na hun dood moeten zuchten onder een president!

Op een nacht ontdekten schildwachten bij de paleismuur een kistje. Eerst dachten ze dat er iets gevaarlijks in zat. Maar toen ze het kistje naderden, ontplofte het niet; nee, het huilde met een piepklein stemmetje. En zo vonden de schildwachten een pasgeboren kind. Ze droegen het naar binnen en waarschuwden hun vorst en vorstin. “Nu blijft het land leefbaar na onze dood,” dachten die en namen de vondeling aan als zoon.

Hun hele leven zwegen ze over het verleden en zo groeide de jongen op zonder te weten dat hij niet van koninklijken bloede was. En toen hij eenmaal de kroon droeg, sprak ook hij nooit over vroeger. Onderdanen die dat wel deden zette hij achteruit in rang en als iemand hardleers was, liet hij zijn hoofd zo draaien dat het blijvend achteromkeek. De koning dacht alleen maar aan de toekomst.

Op een dag ontbood hij de knapste geleerde van zijn koninkrijk, een man die zijn tijd ver vooruit was. De koning kon hem eigenlijk niet volgen, maar wist dat altijd te verbergen.

‘U hebt voor mij,’ begon de koning, ‘van kristalhelder glas een nieuw model keelspiegel gemaakt. Sindsdien kan ik met vooruitziende blik mijn keel bekijken en zien hoe het gesteld is met mijn gezondheid. En mijn gezondheid is voor het koninkrijk van het grootste belang.’

‘Jawel, majesteit,’ zei de geleerde.

Alle lakeien knikten.

‘Verder hebt u voor mijn koninklijke koets van kristalhelder glas een nieuw model achteruitkijkspiegel gemaakt. Sindsdien kan ik vooruitrijdend zien wat mijn lakeien, ministers en generaals achter mijn rug over me zeggen. En mijn veiligheid is voor het koninkrijk van het grootste belang.’

‘Jawel, majesteit,’ zei de geleerde.

Alle lakeien knikten.

‘Nu moet een koning nooit onnodig achteromkijken, want regeren is vooruitzien. Dit koninkrijk moet het vooruitstrevendste land van de wereld blijven en daarom moet ik nog verder vooruit kunnen zien dan ik al doe. Maak dus vóór het einde van het jaar van kristalhelder glas een kijker waarmee ik het nieuwe jaar – wat zeg ik? – de hele toekomst kan zien.’

De geleerde voelde aan zijn hals. Het leek wel of het tochtte in het paleis. ‘Majesteit,’ zei hij, ‘als het gaat om de toekomst, zijn de meeste mensen nu eenmaal kortzichtig, of misschien wel ziende blind. Gelukkig is het land met een vorst die ver vooruitziet. Uw wil is wet.’

Alle lakeien knikten.

De geleerde zat in zijn laboratorium en staarde voor zich uit. Hoe kon een kijker licht uit de toekomst opvangen? En door wat voor lenzen moest dat licht dan vallen? Hoe kon hij een kijker maken die de kijkers van alle andere landen hopeloos op achterstand zou zetten? De geleerde sloeg er alle handboeken op na, zelfs die uit minder ver vooruitziende landen en landen met presidenten.

Na zeven maal zeven dagen en nachten rekenen en tekenen legde hij zijn potlood neer. Hij liet het allerhelderste glas van het hele koninkrijk komen en ging aan het werk. Als de berekeningen klopten, zouden de nieuwe lenzen van de kleinste mug een olifant maken en van twee olifanten een kudde die nog niet eens geboren was. Of dat genoeg zou zijn? De geleerde betastte zijn hals. ‘Dat mag ik hopen,’ fluisterde hij. ‘Anders zal de koning zorgen dat ik blijvend achteromkijk. En achteruitzien is een halszaak voor een geleerde. Bovendien: kan ik mijn vrouw dan nog recht in de ogen kijken?’

Op de laatste dag van het jaar was de geleerde klaar. Hij ontkurkte een fles wijn en dronk die achter elkaar leeg. Daarna pakte hij de kijker, haalde diep adem en wierp er een blik in.

De toekomst was wazig. Zou de kijker een mislukking zijn? Voorzichtig stelde de geleerde de kijker scherper. Al draaiend zag hij de de toekomst lichter worden. Een rode gloed boven het paleis… Vuurwerk voor het nieuwe jaar? Nee… Bommen en granaten… Doordraaiend kreeg de geleerde de koning in het vizier. Die zat hoog te paard… Zijn gezicht gloeide van wraakzucht en –

De geleerde slaakte een kreet en sloeg zijn handen voor zijn ogen. Nog net op tijd dacht hij aan de kijker en ving het werkstuk op waaraan hij zo bloedig had geslepen.

Op dat ogenblik werd er geklopt. Een lakei gelastte de geleerde hem te volgen naar de koning, met de nieuwe kijker, en direct.

Zonder op uitleg te wachten stond de koning op van zijn troon, nam de geleerde de kijker uit handen en bracht die naar zijn ogen.

De geleerde zag dat de koning de grootste lens voor zich genomen had en de kijker achterstevoren hield. Denkend aan zijn hals liet hij het uit zijn hoofd de koning op de vingers te tikken.

De koning zag zichzelf in al zijn grootheid. Hij draaide aan de kijker om nog groter te worden. In plaats daarvan werd hij kleiner… En kleiner… Driftig draaide de koning verder. Hij verschrompelde… Hij verloor zijn koningsmantel… Hij kroop als een beest op handen en voeten… Hij zat niet op een troon, maar lag in een klein, kaal kistje! Naakt! Huilend! De koning kromp ineen bij het verschrikkelijke vooruitzicht. Het meesterstuk gleed hem uit handen en kletterde te pletter op de marmeren vloer van het paleis.

De verwarring onder de lakeien was groot, want niemand zei hun wat ze moesten doen. En de geleerde kreeg niet de indruk dat hij de duizend stukjes kristalhelder glas nog in de goede volgorde aan elkaar zou kunnen lijmen. Het beeld van de toekomst was voorgoed gebroken. Ook al stond hij na de fles wijn niet meer zo vast op zijn benen, de geleerde maakte haastig rechtsomkeert en liep zonder om te kijken het paleis uit en de stad in, naar zijn vrouw, om met haar een tweede fles te drinken en gelukkig te zijn, zolang dat nog kon, want wat het nieuwe jaar het koninkrijk zou brengen, dat kon niemand weten.

 

1996