De dollar

Treasury-Note-one-dollar-bill

 

Dovid Pinski

 

Personen

DE BLIJSPELACTEUR

DE INTRIGANT

DE TREURSPELACTEUR

DE VADERFIGUUR

DE JEUNE PREMIÈRE

HET NAÏEVE VROUWTJE

DE MOEDERFIGUUR

DE VREEMDELING

Een kruispunt aan een bosrand. De ene weg loopt van links naar rechts, de andere loopt van rechts naar midden-achter en verdwijnt in het bos. De bermen zijn begroeid met gras. Rechts op het kruispunt staat een wegwijzer met twee armen. – Het is een zomermiddag. – Van links komt een reizend toneelgezelschap, verlopen, sjofel en vermoeid. De BLIJSPELACTEUR loopt voorop met twee koffers in zijn handen; achter hem sleept de INTRIGANT zich voort met twee grote plunjezakken onder zijn armen; vlak achter hen lopen de TREURSPELACTEUR en de VADERFIGUUR, die een grote, zware kist dragen.

BLIJSPELACTEUR (Gaat naar de wegwijzer, leest de opschriften, deelt ze mee aan de collega’s die achter hem lopen en geeft de richtingen aan met de koffers aan de hand.) Die kant uit is het dertig mijl, die kant vijfenveertig mijl en die zesendertig. Kies maar waar jullie vandaag niet naartoe willen. De kortste weg is terug naar waar we uitgewuifd zijn met die allerhartelijkste herrie, ons grootste succes ooit.

INTRIGANT (Doodop) Wie helpt me een handje om het zweet af te vegen? Het loopt irritant in mijn mond.

BLIJSPELACTEUR Ga maar op je hoofd staan, dan valt het zweet op vruchtbaarder bodem.

INTRIGANT O! (Laat zijn armen zakken en de plunjezakken vallen op de grond. Hij gaat op een ervan zitten en veegt met een kleine handbeweging het zweet van zijn gezicht. – De TREURSPELACTEUR en de VADERFIGUUR lopen naar de wegwijzer om de opschriften te lezen.)

TREURSPELACTEUR (Moppert) Hopeloos! (Laat zijn kant van de kist zakken.)

VADERFIGUUR (Laat ook zijn kant van de kist zakken.) Tja, maar weer even rust.

TREURSPELACTEUR (Gaat op de kist zitten in een “tragische” heldenpose met zijn benen wijd, zijn rechteronderarm op zijn bovenbeen, zijn linkerhand op zijn linkerdij en zijn hoofd een beetje naar rechts.)

BLIJSPELACTEUR (Zet de koffers neer en draait een sigaret.)

VADERFIGUUR (Gaat op de kist zitten en laat zijn hoofd op zijn borst zakken.)

INTRIGANT Dertig mijl naar de dichtstbijzijnde stad! Dertig mijl!

BLIJSPELACTEUR Het is een schande hoe ver ze de steden van ons vandaan zetten!

INTRIGANT Overmorgen zijn we pas in een stad.

BLIJSPELACTEUR Hoera! Gelukkig! We hebben nog een overmorgen.

INTRIGANT En de dametjes liggen nog ver achter. Ze slepen zich voort!

VADERFIGUUR Ze willen stemrecht, maar ze kunnen nauwelijks lopen.

BLIJSPELACTEUR We geven het niet. Afgesproken. Weg met het stemrecht voor vrouwen!

INTRIGANT En jou haalt de duivel niet. Jouw tong wordt niet moe en jouw voeten worden niet moe. Dat werkt gewoon op mijn zenuwen. Ga zitten en hou even je bek!

BLIJSPELACTEUR Ik?! Haha! Ik ga terug naar de vrouw van mijn hart. Ik ren op haar af en draag haar hiernaartoe. (Spuwt in zijn handen, stroopt zijn mouwen op en loopt weg met grote, snelle passen. Af naar links.)

INTRIGANT Grapjas!

VADERFIGUUR Hoe kan hij nog lachen en plezier maken? We hebben geen rooie cent meer, de proviand is bijna op, de schoenen zijn versleten…

TREURSPELACTEUR (Brult) Ophouden! Niet tellen! De lijst met onze zonden is lang en de lijst met onze zorgen is nog langer! Heilige Vader, onze flessen zijn leeg! Ik geef de rest van mijn schoenzolen voor de geur van een borrel. (Links gelach van een VROUW. De BLIJSPELACTEUR komt op met in zijn armen de JEUNE PREMIÈRE, die achter zijn rug met beide handen een kleine koffer vasthoudt.)

BLIJSPELACTEUR (Laat zijn last in het gras zakken.) Ga zitten, liefje, en rust nu maar uit. We gaan vandaag niet verder. Je voeten, die lieve voetjes van je zullen wel pijn doen – wat word ik daar verdrietig van! Zo gauw het kan koop ik een auto voor je.

JEUNE PREMIÈRE Tot die tijd mag je me nog wel eens dragen.

BLIJSPELACTEUR De ezel luistert en gehoorzaamt. (Het NAÏEVE VROUWTJE en de MOEDERFIGUUR komen op, allebei met kleine koffers.)

NAÏEVE VROUWTJE (Moe en pruilend) Nou, er was niemand om mij te dragen. (Gaat rechts naast de JEUNE PREMIÈRE in het gras zitten.)

INTRIGANT We hebben maar één ezel.

BLIJSPELACTEUR (Gaat aan de voeten van de JEUNE PREMIÈRE liggen en balkt als een ezel.) Ia! Ia!

MOEDERFIGUUR (Gaat in het gras zitten, links van de JEUNE PREMIÈRE.) En hier gaan we overnachten?

VADERFIGUUR Nee, in Hotel “Misère”.

BLIJSPELACTEUR (Tegen de MOEDERFIGUUR) Bevalt ons nachtasiel je niet? Kijk eens: het bed is lang en breed en er zitten vast geen luizen in. Voel eens aan dat hoge gras – zo zacht heb je nog nooit gelegen – en je hebt een dekbed met sterren en maan, zoals geen koningsbruid ooit heeft bezeten.

MOEDERFIGUUR Jij lacht, maar ik kan wel huilen.

BLIJSPELACTEUR Huilen? Je moet je schamen voor de zon, die je gelukkig maakt met haar betoverende ondergang. Kijk en word blij!

INTRIGANT Kijk en koel af!

BLIJSPELACTEUR Kijk en jubel!

VADERFIGUUR Kijk en crepeer!

NAÏEVE VROUWTJE (Begint te huilen.)

TREURSPELACTEUR (Ernstig) Hahaha!

BLIJSPELACTEUR (Tegen het NAÏEVE VROUWTJE) Wat? Moet je huilen? Schaam je je niet?

NAÏEVE VROUWTJE Ik ben verdrietig.

MOEDERFIGUUR (Snuit haar neus) Ik kan hier niet meer tegen.

JEUNE PREMIÈRE Schei uit! Anders begin ik ook nog.

BLIJSPELACTEUR (Springt op en kijkt van de ene naar de andere huilende vrouw.)

INTRIGANT Hahaha, lach dan, paljas!

BLIJSPELACTEUR (Staat op zonder zijn handen te gebruiken) Dames en heren, ik heb het! (Sterker, langzaam en nadrukkelijk, half zingend) Dames en heren, ik heb het!

JEUNE PREMIÈRE Wat heb je?

BLIJSPELACTEUR De blijdschap!

INTRIGANT Val dood, paljas!

TREURSPELACTEUR (Nog steeds ernstig) Hahaha!

VADERFIGUUR (Spuwt met een spottend gebaar. De vrouwen doen nog meer hun best om te huilen.)

BLIJSPELACTEUR (Roept) Ik heb een fles drank! (Commotie. De VROUWEN houden meteen op met huilen en kijken heel verrast naar hem op. De TREURSPELACTEUR gaat staan en werpt een verwonderde blik op de BLIJSPELACTEUR. De VADERFIGUUR springt op een wrijft zich in zijn handen. De INTRIGANT kijkt de BLIJSPELACTEUR argwanend en ongelovig aan.)

TREURSPELACTEUR Een fles drank!

VADERFIGUUR Hèhèhè, een fles drank!

INTRIGANT Hè? Drank?

BLIJSPELACTEUR Jazeker! Een fles drank! Achtergehouden en bewaard voor zo’n moment als nu, voor een moment van mannelijke moedeloosheid en vrouwelijke tranen. (Haalt uit zijn achterzak een heupflesje. De gezichtsuitdrukkingen veranderen. Iedereen is teleurgesteld.)

INTRIGANT Jij noemt dat een fles, ik noem het een flesje!

TREURSPELACTEUR (Vaart tegen hem uit.) Een vingerhoed!

VADERFIGUUR Een druppelflesje!

MOEDERFIGUUR Voor ons zevenen, hè!

BLIJSPELACTEUR (Laat het zonlicht op de heupfles spelen.) Maar het is drank, jongelui! (Ontkurkt de fles en ruikt eraan.) Oeoeoe, eindelijk een slokje! De slijter bij wie ik dit flesje gepikt heb zal van wanhoop wel geheelonthouder worden. (De TREURSPELACTEUR staat moeizaam op en sloft naderbij; de INTRIGANT lijkt sceptisch en vertrouwt het nog steeds niet; de VADERFIGUUR lacht en wrijft zich in zijn handen; de MOEDERFIGUUR komt apathisch overeind en apathisch dichterbij; de JEUNE PREMIÈRE en het NAÏEVE VROUWTJE nemen elkaar bij de hand en maken balletachtige walspasjes – allemaal komen ze bij de BLIJSPELACTEUR hun neus uitsteken. Ze ruiken aan de geopende fles, die hij met beide handen vasthoudt.)

TREURSPELACTEUR Hahaha… Lekker!

VADERFIGUUR Hèhèhè… Geweldig! Klein maar fijn!

INTRIGANT Het lijkt een lekkere borrel.

JEUNE PREMIÈRE (Dansend en zingend) Mijn komediantje, mijn komediantje heeft het hart op de goede plaats! – Maar waarom heb je geen grotere fles achterovergedrukt?

BLIJSPELACTEUR O liefste, ik moest rekening houden met de kwaliteit van de drank en de afmetingen van mijn broekzak.

MOEDERFIGUUR Als er maar genoeg is voor iedereen.

NAÏEVE VROUWTJE O, ik kan zo weer verdrietig worden.

BLIJSPELACTEUR Wees maar vrolijk! Iedereen krijgt wat! Er is genoeg voor iedereen! Hier, ruik nog maar eens. (De procedure herhaalt zich en iedereen wordt blij. Ze nemen elkaar bij de hand om te zingen en te dansen in een kring. De BLIJSPELACTEUR klapt erbij in zijn handen.) Goed! En als jullie zo vrolijk zijn van het ruiken, hoe vrolijk zullen jullie dan niet worden van het drinken. Wacht, ik dans met jullie mee. (Stopt de heupfles weg in zijn zak.) Ik zal jullie een nieuwe rondedans voordoen, die we ook in de volgende voorstelling van Hamlet gaan doen, als hoogstaand amusement voor ons hooggeëerd publiek. (Trapt de bagage van de INTRIGANT opzij.) Nu hebben we alle ruimte om te dansen en te spelen. Neem elkaar bij de hand en maak een kring. Intrigant, jij blijft erbuiten. Je wilt de kring in, maar wij laten je er niet in, en daarbij raken we niet uit de maat. Begrepen? Daar gaat hij! (Ze staan in een kring, de BLIJSPELACTEUR, de JEUNE PREMIÈRE, de TREURSPELACTEUR, de MOEDERFIGUUR, de VADERFIGUUR en het NAÏEVE VROUWTJE. De BLIJSPELACTEUR begint te zingen.)

 

Zijn of niet zijn, dat is de kwestie,

Dat is de kwestie, dat is de kwestie…

Wil je de kring in,

Dan moet je erover;

Kun j’ er niet over,

Dan moet je eronder!

Tralala, trala, eronder-erover!

Tralala, trala, erover-eronder!

Tralala, trala!

Nu zijn we vrolijk, nu zijn we vrolijk,

Nu zijn we vrolijk!

 

ALLEN (Zingen lachend mee)

 

Tralala, trala, eronder-erover!

Tralala, trala, erover-eronder!

Tralala, trala!

Nu zijn we vrolijk, nu zijn we vrolijk,

Nu zijn we vrolijk!

 

BLIJSPELACTEUR

 

Zijn of niet zijn, dat is de kwestie,

Dat is de kwestie, dat is de kwestie…

Wil je het leven door,

Gebruik dan je vuisten;

Als je geen klap uitdeelt

Word je geslagen!

ALLEN

Tralala, trala, eronder-erover!

Tralala, trala, erover-eronder!

Tralala, trala!

Nu zijn we vrolijk, nu zijn we vrolijk,

Nu zijn we…

(Het zingen en dansen houdt plotseling op. Alle ogen zijn gericht op één punt. Iedereen blijft als versteend staan; de INTRIGANT buigt zich over de armen van de BLIJSPELACTEUR en de JEUNE PREMIÈRE. Geleidelijk wordt de kring kleiner en de hoofden komen dichter bij elkaar. Handen willen zich bevrijden, maar niemand laat de ander los, en alle zeven fluisteren in koor, totaal verrast) Een dollar! (Ze rukken zich los, kijken elkaar aan en roepen verrast) Een dollar!! (Ze komen weer dichterbij en het gevecht van de handen wordt heviger. – De INTRIGANT probeert eronderdoor of eroverheen te kruipen, steekt zijn handen uit naar de dollar, maar instinctief wordt dat verhinderd door de twee bij wie hij het probeert, al kijken ze niet naar hem om. Ze sluiten hun hoofden aaneen boven de dollar, gaan helemaal op in de aanblik en fluisteren verrukt) Een dollar! (Meteen gaan ze weer uit elkaar, kijken elkaar verrukt aan, proberen tegelijkertijd hun handen los te maken en roepen enthousiast) Een dollar!! (Nu wordt het gevecht om de handen te bevrijden veel heviger en zodra een hand zich bevrijdt wordt hij meteen teruggepakt door de hand die hem vasthield.)

NAÏEVE VROUWTJE Au, mijn handen! mijn handen! (In tranen) Jullie breken mijn handen! Laat mijn handen toch los!

MOEDERFIGUUR Als jullie mijn handen niet loslaten, dan bijt ik! (Probeert de handen van de TREURSPELACTEUR en de VADERFIGUUR te bijten. De TREURSPELACTEUR en de VADERFIGUUR laten zich niet bijten.)

TREURSPELACTEUR (Rukt zijn handen los uit die van de MOEDERFIGUUR en het NAÏEVE VROUWTJE.) Vrouwen, laat me los!

VADERFIGUUR (Rukt zich los van de MOEDERFIGUUR en de JEUNE PREMIÈRE.) Ze líjken zo zwak…

JEUNE PREMIÈRE (Tegen de BLIJSPELACTEUR) Jíj moet míjn hand loslaten!

BLIJSPELACTEUR Volgens mij houd jíj de míjne vast.

JEUNE PREMIÈRE Waarom zou ik jou vasthouden? Als jij de dollar opraapt, is hij hoe dan ook voor mij.

BLIJSPELACTEUR Laat mijn hand dan los. Ik raap de dollar op.

JEUNE PREMIÈRE Nee, ík kan hem beter oprapen.

BLIJSPELACTEUR Kijk, dat verwachtte ik al van jou.

JEUNE PREMIÈRE (Kwaad) Laat mijn hand los!

BLIJSPELACTEUR Hahaha, nou wordt hij mooi! (Commandeert) Op de plaats rust! (Het wordt rustig.) We gaan de dollar nu aanschouwen in stille extase. (Commotie.) Rustig, zeg ik! – Voor ons ligt een dollar, een levende dollar in de kring. En alles in ons wil naar die dollar, trekt naar die dollar – – Op de plaats rust! Besef dat jullie voor de Heerser staan, voor de Almachtige! Kniel voor hem neer om te bidden! Kniel neer! (Knielt en trekt de JEUNE PREMIÈRE en het NAÏEVE VROUWTJE met zich mee.)

VADERFIGUUR Hèhèhè… (Knielt en trekt de MOEDERFIGUUR met zich mee.)

TREURSPELACTEUR Hahaha, paljas!

BLIJSPELACTEUR Treurspeler, je verdient het ernstige masker niet dat je draagt. Je begrijpt niets van de ware, goddelijke majesteit. Op de knieën – of je krijgt geen drank!

TREURSPELACTEUR (Knielt.)

BLIJSPELACTEUR (Vervolgt) O heilige dollar! O almachtige Heerser der wereld! Voor u knielen wij in het stof en tot u richten wij onze droevigste en innigste gebeden. Onze handen zijn gebonden, maar onze harten streven naar u en onze zielen verlangen naar u. O grote Koning der Koningen, die bijeenbrengt wie verwijderd waren en verwijdert wie bijeenwaren, die…

INTRIGANT (Was aan de kant gaan staan; neemt nu een aanloop, springt over het knielende NAÏEVE VROUWTJE heen en werpt zich op de dollar. De anderen laten elkaar los en werpen zich op hem. Herrie, tumult, gedrang, spanning. Ten slotte bevrijdt de INTRIGANT zich, met de dollar in zijn rechtervuist. De anderen staan tegenover hem met gebalde vuisten, vlammende ogen, het schuim op de lippen en wild schreeuwend.) De dollar! De dollar! De dollar!

INTRIGANT (Verdwijnt naar de achtergrond.) Die pakken jullie me niet af! Hij is van mij! Hij lag ook onder míjn plunjezak!

ALLEN Hier met die dollar! Geef óp die dollar!

INTRIGANT (Woest) Nee! Nee! (Het is even stil. De twee partijen kijken elkaar aan vol haat. De INTRIGANT stil maar vol woede.) Vertel me dan maar aan wie van jullie ik hem moet geven! Aan wie? Aan jou? Aan jou? Aan jou? Aan jou?

BLIJSPELACTEUR Hahahaha… Hij heeft gelijk! De dollar is van hem. Hij heeft hem, dus hij is van hem! Hahahaha! En ik wou op mijn knieën naar de dollar om hem op te pakken met mijn tanden! Hahaha! Hij was me voor, hahaha!

JEUNE PREMIÈRE (Fluistert boos tegen hem) Dat komt doordat je mijn hand niet los wou laten!

BLIJSPELACTEUR Hahahaha…

TREURSPELACTEUR (Zwaait met zijn vuist voor het gezicht van de INTRIGANT) Hel en verdoemenis, ik zou je wel kunnen verpletteren. (Stapt opzij, laat zich op de kist zakken en neemt zijn oude pose aan.)

NAÏEVE VROUWTJE (Gaat in het gras liggen en barst in snikken uit.)

BLIJSPELACTEUR Hahaha… Maar nu gaan we drinken, en de INTRIGANT mag eerst. (Zijn voorstel wordt met een grimmig zwijgen aangenomen. Het NAÏEVE VROUWTJE houdt op met huilen; de VADERFIGUUR en de MOEDERFIGUUR, die de hele tijd naast de INTRIGANT stonden en naar de dollar in zijn hand keken alsof ze het moment afwachtten om die af te pakken, lopen bij hem weg, waarbij de MOEDERFIGUUR voor zijn voeten op de grond spuwt.)

INTRIGANT (Staat alleen en begint met een ernstig gezicht het dollarbiljet glad te strijken.)

BLIJSPELACTEUR (Brengt hem een glaasje.) Drink maar, geluksvogel!

INTRIGANT (Houdt de dollar weer in zijn vuist geklemd, neemt met een ernstig gezicht het glaasje aan, drinkt het snel leeg, geeft het terug en begint de dollar weer uitvoerig glad te strijken.)

BLIJSPELACTEUR (Lacht de hele tijd en brengt het glaasje van de een naar de ander. Er wordt zwijgend gedronken. Iedereen is kwaad en grimmig. De drank maakt het er niet beter op. Het NAÏEVE VROUWTJE, dat voor het drinken opgehouden was met huilen, begint na het drinken weer te huilen. De JEUNE PREMIÈRE, die het laatste glaasje gekregen heeft, drinkt het leeg en gooit het de BLIJSPELACTEUR in zijn gezicht.)

BLIJSPELACTEUR Dat was raak. Maar nu drink ik de rest uit de heupfles. (Brengt het flesje naar zijn mond en drinkt. De JEUNE PREMIÈRE wil het uit zijn handen slaan, maar hij keert zich handig om.)

INTRIGANT (Strijkt de hele tijd de dollar glad en liefkoost het biljet bijna.) Hihihi… (Zingt en maakt nu en dan danspasjes.) “Wil je de kring in, dan spring je erover!” Hihihi… O heilige dollar! O almachtige Heerser der wereld! O Koning der Koningen! Hihihi… Vinden jullie niet dat ik, nu ík hem heb en jullie niet, deel in zijn majesteit en jullie niet? Nu ben ik dus een beetje majesteit. Ik vertegenwoordig dus de almachtige Heerser en ben zelf ook een almachtige Heerser. Kniel voor me! Hèhèhè…

BLIJSPELACTEUR (Heeft de lege heupfles weggegooid en is in het gras gaan liggen.) Goed gebruld, leeuw! Maar laat je ezelsoren niet zien.

INTRIGANT Hèhèhè… Dat is machtsbewustzijn. Jullie weten net zo goed als ik: als ik het geld heb, heb ik het voor het zeggen. Bedenk wel: jullie hebben geen cent en de drank is op – (Raapt de heupfles op en kijkt ernaar.)

BLIJSPELACTEUR Ik heb het goed gedaan. Tot de laatste druppel.

INTRIGANT … Tot de laatste druppel – vanavond eten jullie brood met worst, en heel kleine stukjes, want morgen is er weer een dag.

NAÏEVE VROUWTJE (Moet nog heviger huilen.)

INTRIGANT Pas overmorgen zijn we in een stad, maar dat betekent nog niet dat jullie dan iets te eten krijgen. Maar ik – ik! Hahaha! O heilige dollar! Almachtige dollar! (Ernstig) Wie mij gehoorzaamt, krijgt iets te eten!

BLIJSPELACTEUR (Met wijd opengesperde ogen) Wat? Hahaha!

NAÏEVE VROUWTJE (Staat op en valt de INTRIGANT om de hals.) O liefste! Schat van me!

INTRIGANT Haha! Mijn macht begint al te werken.

JEUNE PREMIÈRE (Duwt het NAÏEVE VROUWTJE weg.) Blijf van hem af! Hij is al lang verliefd op mij, en nu wil ik zijn liefde beantwoorden!

BLIJSPELACTEUR Wat? Jij?

JEUNE PREMIÈRE O wat haat ik jou, verrader! (Tegen de INTRIGANT) Ik val altijd op mensen met hersens, en jij bent nu de slimste, de allerslimste! Ik aanbid je!

INTRIGANT (Met één arm om het NAÏEVE VROUWTJE) Kom in mijn andere arm!

JEUNE PREMIÈRE (Werpt zich in zijn andere arm en kust hem.)

BLIJSPELACTEUR (Komt half overeind) Hé, hé, ik protesteer! (Laat zich in het gras vallen.) O wispelturigheid, uw naam is vrouw!

MOEDERFIGUUR (Omhelst de INTRIGANT van achteren.) Geef mij ook een plaatsje aan je borst. Ik speel bij jullie dan wel de oude vrouw, maar echt oud ben ik toch niet.

INTRIGANT Nu heb ik alle macht en alle liefde.

BLIJSPELACTEUR Noem het geen liefde; noem het onderdanigheid.

INTRIGANT En in het donker van het bos mogen jullie je loyaliteit bewijzen.

ALLE DRIE DE VROUWEN O, die kun je krijgen!

INTRIGANT (Maakt zich van de VROUWEN los.) Maar nu heb ik belangrijker dingen te doen. – Onderdanen – ik bedoel jullie allemaal – ik heb besloten dat we hier niet overnachten, maar dat we verdergaan.

ALLE DRIE DE VROUWEN Hoezo?

INTRIGANT We gaan vandaag nog verder.

BLIJSPELACTEUR Dat heb jij beslóten?

INTRIGANT Dat heb ik besloten. En dat zou eigenlijk genoeg moeten zijn, maar oudergewoonte zal ik jullie ook nog uitleggen waarom ik dat besloten heb.

BLIJSPELACTEUR Houd je uitleg maar voor je en stoor me liever niet bij het bewonderen van de zonsondergang.

INTRIGANT Jou zet ik op de zwarte lijst. Je zult er nog spijt van krijgen dat je dat tegen mij gezegd hebt. Zonder uitleg dus: we gaan en nu meteen. (Niemand maakt aanstalten om mee te gaan.) Goed, dan ga ik alleen.

DE VROUWEN Nee! Nee!

INTRIGANT Hoezo niet?

NAÏEVE VROUWTJE Ik ga met je mee.

JEUNE PREMIÈRE Ik ook.

MOEDERFIGUUR Ik ook.

INTRIGANT Goed. Ik ben heel tevreden over jullie loyaliteit.

VADERFIGUUR (Die apathisch op de kist zit) Waarom wil je er opeens vandoor?

INTRIGANT Dat wou ik jullie uitleggen, maar het hoeft al niet meer. Ik ben jullie ook geen uitleg schuldig. Ik heb het besloten, ik wil het, en klaar.

BLIJSPELACTEUR Hij speelt zijn komedie voortreffelijk. Hebben jullie wel door hoeveel humor er in die kersenpit zit?

DE VROUWEN (Lief tegen de INTRIGANT) O, schat!

TREURSPELACTEUR (majesteitelijk) Ik keur hem geen blik waardig.

INTRIGANT Nog iemand voor de zwarte lijst. En nu wil ik jullie nog wat zeggen. Ik heb besloten –

BLIJSPELACTEUR Hahaha! Gaat dat nog lang zo door?

INTRIGANT We gaan straks, maar omdat ik jullie eten zal betalen, draag ik geen bagage, maar verdeel mijn plunjezakken onder jullie. En natuurlijk zijn de zwaarste lasten voor de mensen op de zwarte lijst. Jullie hebben het gehoord. En vooruit nu. Ik ben weg. We gaan naar de dichtstbijzijnde stad, dat is nog maar dertig mijl. Duidelijk? – Ik ga.

BLIJSPELACTEUR Goede reis!

INTRIGANT En met me mee gaat Zijne Majesteit de dollar en jullie eten voor de komende dagen.

DE VROUWEN Wij gaan mee! Wij gaan mee!

VADERFIGUUR Ik ga ook mee.

TREURSPELACTEUR (Tegen de INTRIGANT) Je bent een schurk! Een schurk en een rotcollega!

INTRIGANT Ik ben helemaal geen collega. Ik ben jullie broodheer.

TREURSPELACTEUR Straks verpletter ik je!

INTRIGANT Ooo! Nee toch?! Is dat een dreigement?! Kom mee! (Keert zich naar rechts. De vrouwen pakken hun koffers op en lopen achter hem aan.)

VADERFIGUUR (Tegen de TREURSPELACTEUR) Sta op, pak de kist. Dat praten we een andere keer wel met hem uit. Hij heeft die dollar nu eenmaal.

TREURSPELACTEUR (Staat op en zwaait met zijn vuist.) Ik kom al! (Pakt zijn kant van de kist.)

INTRIGANT (Tegen de TREURSPELACTEUR) Neem eerst een van mijn plunjezakken op je rug.

TREURSPELACTEUR Een van jouw plunjezakken op mijn rug?!

INTRIGANT Voor mijn part neem je hem op je hoofd of tussen je tanden.

VADERFIGUUR We zullen hem op de kist leggen.

BLIJSPELACTEUR (Gaat rechtop zitten.) Wacht. Is dit een spelletje of serieus?

INTRIGANT (Minachtend) Ik speel geen spelletje.

BLIJSPELACTEUR Dus het is serieus?

INTRIGANT Ik hoef niks uit te leggen.

BLIJSPELACTEUR Je bedoelt: omdat jij de dollar hebt…

INTRIGANT De heilige dollar, de almachtige Heerser, de Koning der Koningen…

BLIJSPELACTEUR Daardoor ben je de baas –

INTRIGANT En broodheer.

BLIJSPELACTEUR En wij moeten –

INTRIGANT Doen wat ik zeg.

BLIJSPELACTEUR En dat bedoel je serieus?

INTRIGANT Jij staat op, pakt de spullen en gaat mee.

BLIJSPELACTEUR (Staat op.) Zooo, dan roep ik de revolutie uit!

INTRIGANT Wat? Revolutie?

BLIJSPELACTEUR Zelfs een bloedige, als het moet.

TREURSPELACTEUR (Laat zijn kant van de kist zakken, neemt een strijdbare houding aan tegenover de INTRIGANT.) Aah, en ik moet de eerste zijn die jouw bloed ziet vloeien! Ik krijg je wel, schurk!

INTRIGANT Aaah, dan praat ik niet meer met jullie. Wie wil komt maar mee.

BLIJSPELACTEUR (Houdt hem tegen.) Nee, jij gaat niet weg voor je de dollar gegeven hebt.

INTRIGANT Hahaha, laat me niet lachen!

BLIJSPELACTEUR Hier die dollar, of…

INTRIGANT Hahahaha…

BLIJSPELACTEUR Dan vloeit er bloed. (Stroopt zijn mouwen op.)

TREURSPELACTEUR (Stroopt zijn mouwen op.) Brrr, bloed! Bloed!

VADERFIGUUR (Zet zijn kant van de kist neer.) O, maar dan blijf ik niet toekijken!

DE VROUWEN (Zetten de koffers neer.) Wij ook niet! Wij ook niet!

INTRIGANT (Schreeuwt) Wie moet ik de dollar geven? Aan jou? Aan jou? Aan jou?

BLIJSPELACTEUR Die vlieger gaat niet meer op. Jij geeft die dollar aan mij, aan ons. Bij de eerste de beste gelegenheid wisselen we hem, we verdelen hem en ieder krijgt evenveel.

DE VROUWEN Hoera! Delen! Delen!

BLIJSPELACTEUR En dan zal ik nog zo goed zijn om jou je deel te geven.

TREURSPELACTEUR Een pak slaag zal ik hem geven!

BLIJSPELACTEUR Ik zal zeggen wat we gaan doen. Hier die dollar!

JEUNE PREMIÈRE (Valt de BLIJSPELACTEUR om de hals.) Komediant van me! Komediant van me!

NAÏEVE VROUWTJE (Tegen de INTRIGANT) Bah! Ik walg van je! Geef op die dollar!

BLIJSPELACTEUR (Duwt de JEUNE PREMIÈRE van zich af.) Ga weg, anders word je nog geraakt door de vuist die bestemd is voor de heerser en broodheer. (Tegen de INTRIGANT) Geef op die dollar!

TREURSPELACTEUR Jij geeft hem de dollar, begrepen?

ALLEN De dollar! De dollar!

INTRIGANT Ik zal hem verscheuren!

BLIJSPELACTEUR Dan rukken wij het beetje haar uit dat nog op je kop zit. De dollar, en gauw! (Ze omsingelen de INTRIGANT. De VROUWEN trekken aan zijn haar, de TREURSPELACTEUR grijpt hem in zijn kraag en schudt hem door elkaar, de VADERFIGUUR slaat hem op zijn kale hoofd, de BLIJSPELACTEUR worstelt met hem en pakt hem de dollar af.)

BLIJSPELACTEUR (Houdt de dollar omhoog.) Hier is hij! (De VROUWEN dansen en zingen.)

INTRIGANT Bandieten! Dieven!

TREURSPELACTEUR Bek dicht of ik sla hem dicht! (Loopt naar de kist en gaat zitten in zijn pose.)

BLIJSPELACTEUR (Stopt de dollar weg in zijn zak.) Dat noem ik een geslaagde revolutie. En zonder bloedvergieten, alleen met een kort schrikbewind voor de heerser en broodheer. – Hé, daar komt iemand aan. (Wijst naar rechts.) Misschien kan die de dollar voor ons wisselen, dan kunnen we die meteen verdelen.

VADERFIGUUR Ik vraag me alleen af hoe we die gelijk verdelen. (Begint te rekenen met het NAÏEVE VROUWTJE en de MOEDERFIGUUR.)

JEUNE PREMIÈRE (Vleiend tegen de BLIJSPELACTEUR) Ben je boos op me? Maar ik speelde toch alleen maar een spelletje met hem om hem de dollar te ontfutselen?

BLIJSPELACTEUR En nu wil je mij mijn deel ontfutselen.

VADERFIGUUR Een gelijke verdeling is onmogelijk, absoluut onmogelijk. Als het nou achtennegentig cent was of honderdvijf, maar – –

VREEMDELING (Komt op van rechts, kijkt de groep aan, groet en wil doorlopen naar links.)

BLIJSPELACTEUR (Houdt hem staande.) Neem me niet kwalijk, maar kunt u misschien een dollar voor ons wisselen? In dimes, nickels en penny’s? (Houdt hem de dollar voor. De VADERFIGUUR en de VROUWEN komen naderbij.)

VREEMDELING (Huivert bijna onmerkbaar, blijft staan, maakt een snelle handbeweging naar zijn revolverholster, kijkt de BLIJSPELACTEUR en de anderen aan en zegt langzaam) Een – dollar – wisselen? (Loopt naar links de kring uit.) Dat zal wel lukken.

DE VROUWEN Hoera!

VREEMDELING (Draait zich naar hen om, zodat er niemand achter hem staat en trekt zijn revolver.) Handen omhoog! (De VROUWEN schreeuwen het uit en iedereen houdt in paniek zijn handen omhoog.)

BLIJSPELACTEUR (Met een glimlach) Maar meneer, wij zijn heel rustige mensen…

VREEMDELING (Pakt de BLIJSPELACTEUR de dollar af en loopt achteruit naar links met zijn revolver in de aanslag.) Goedenavond! (Verdwijnt. De acteurs blijven allemaal van schrik nog aan de grond genageld staan, met hun handen omhoog en met open mond en opengesperde ogen.)

BLIJSPELACTEUR (Barst ten slotte uit in een donderend gelach.) Hahahahaha!

 

Doek

 

 

Dovid Pinski, Der dolar. uit Dramen, Tswejter Band, pp. 183-206. New York: Farlag Poile Tsiën, 1919.