Afscheid

 

Else Lasker-Schüler

 

Afscheid

Maar jij kwam nooit met de avond –
ik zat in de sterrenmantel.

… Werd er aan mijn huis geklopt,
dan was het mijn eigen hart.

Dat hangt nu aan iedere deurpost,
ook aan jouw deur;

tussen varens uitdovende vuurroos
in het bruin van de guirlande.

Ik kleurde de hemel braambes
met mijn hartenbloed.

Maar jij kwam nooit met de avond –
… Ik stond in gouden schoenen.

uit Die gesammelten Gedichte, 1917

 

Afscheid

Ik wilde je almaar
Veel liefdeswoorden zeggen;

Nu zoek je rusteloos
Verloren wonderen.

Maar als mijn speelklokken spelen
Vieren we bruiloft.

– O, je zoete ogen
Zijn mijn lievelingsbloemen;

En je hart is mijn hemelrijk;
Laat me binnenkijken.

Je bent helemaal van blinkende munt
En in zo zacht gepeins…

Ik wilde je almaar
Veel liefdeswoorden zeggen, –

Waarom deed ik het niet?

uit Die gesammelten Gedichte, 1917

 

Afscheid

De regen zuiverde de steile huizenwand.
Ik zit te schrijven, over wit papier gebogen
En voel de kracht toenemen in mijn moede hand
Door liefdesverzen, die mij altijd zoet bedrogen.

‘k Waak in de nacht op golven door de storm bewogen!
Ontgleed ik aan mijn engel en zijn liefdevolle hand?
De wereld en ikzelf hebben elkaar bedrogen,
Het lijk begroef ik bij de schelpen in het zand.

We kijken naar één hemel op en gunnen elkaar niet het land? –
Waarom heeft God zich in het oosten van ons wegbewogen,
Door ’t evenbeeld van Zijn mens overmand?

‘k Waak in de nacht op golven door de storm bewogen!
De rustdag van Zijn Schepping, ontglipt uit mijn hand,
Is met een late arendsvlucht dat duister ingevlogen.

uit Konzert, 1932